Mozambique, deel 1
created on:
2002-12-03
Dag 240, maandag 16 september 2002, Mozambique

We worden wakker met regen die halverwege de nacht al is begonnen en blijven dus maar in de auto, terwijl we deze rijklaar maken om naar de grenspost terug te rijden. Het eerste stuk glibberen we al aardig wat heen en weer en als we nog geen 200 meter op pad zijn glijden we half de dijk af!!! Met alleen de rechterwielen nog op de dijk kijken we even naar de situatie. Terug de dijk op lukt niet meer, de auto glijdt langzaam zijwaarts verder de dijk af, dus we gaan voor het enige andere alternatief, proberen de auto zo recht mogelijk van de dijk af te rijden. Met wat hulp van toegestroomde toeschouwers die de achterkant van de auto proberen tegen te houden lukt het mij, Morten, toch om de auto beneden te krijgen, maar het was toch wel even eng omdat hij vrij schuin hing (herken je dit William?).
Ontbijten met de douanebeambte

|
Door het gras/riet lukt het goed om langs de dijk verder te rijden totdat we bij een riviertje komen en we dus weer omhoog moeten. Gelukkig gaat dit vrij eenvoudig en hier is het pad ook een stuk beter omdat er minder kleigrond is, al glijden we toch nog steeds aardig heen en weer. Al snel bereiken we de grenspost en terwijl we de formaliteiten afhandelen krijgen we te horen dat iedereen hier verbaast is over de regen. Ze verwachten echter dat het snel zal stoppen en dan duurt het niet lang voordat het pad weer beter begaanbaar is. Inderdaad stopt het met regenen terwijl wij, uitgenodigd door de douanebeambte, een kop thee met een soort pannenkoek als ontbijt eten. Hij raadt ons aan om gewoon nog te blijven wachten zodat de zon zijn werk kan doen. Omdat Philip toch nog niet is langsgekomen luisteren we naar dit advies en blijven dus even lekker kletsen.
Om ongeveer 10.15u wil een klein 2 wiel aangedreven busje richting de rivierkant rijden en omdat het kan zijn dat deze vast komt te zitten en dan de weg blokkeert, rijden we toch maar aan. Tot onze verbazing is het pad in deze korte tijd inderdaad al beter begaanbaar en hoewel de auto nog wel wat glibbert weet ik hem goed op het pad te houden. We parkeren de auto recht voor de ferry en nu is het wachten geblazen op Philip.
We worden aangesproken door de wachter van de ferry die, voor tanzaniaanse begrippen, goed engels kan. Als het weer gaat regenen schuilen we met zijn alle onder zijn rieten 'tentje' terwijl we gezellig kletsen. Philip laat helaas lang op zich wachten (we hadden om 10.00u afgesproken) en om 12.00u gaan we er zelf al vanuit dat we hier nog een nachtje moeten slapen.
Om 12.30u worden we ineens verrast als een landcruiser onze kant op komt en een man uitstapt die zich voorstelt met Philip. Hij had zich gisteren vergist in de tijd dat het vloed zou zijn en is hiervoor nu dus mooi op tijd! Snel rijden we de auto de pont op. Inmiddels is het weer gaan regenen en we zijn benieuwd hoe de paden aan de kant van Mozambique zijn.
Op de boot moeten we nog onderhandelen over de prijs. Officieel is deze, volgens een net A4tje, 25.000 Tsh (ong. 35 euro) voor een auto. Wij hebben echter net met een jongetje al ons tanzaniaans geld gewisseld voor de mozambikaanse Meticas en al hadden we dat niet gedaan, dan hadden we nog niet voldoende. Met 20 euro en 150.000 Mts (=ong. 7 euro) gaat hij gelukkig akkoord.
Hoezo dichtgelopen banden?!

|

|
Omdat er een zandbank in de weg ligt kan het veer niet helemaal naar de echte aanmeer plaats varen. We worden dus op een strandje afgezet en moeten nog gaan zoeken hoe we bij de weg uitkomen. Onze eerste uitdaging wordt gevormd door een heuvel van ongeveer 2 meter die we op moeten rijden. De eerste keer lukt het Sas niet en bij het achteruit rijden dreigt de auto ook nog eens vast te komen zitten. Omdat het nog steeds regent zijn we heel blij als ik de auto los krijg, zonder te zeulen met zandplaten e.d. De tweede poging brengt de auto wel naar boven.
We zoeken onze weg door de modderige akkers van de boeren en worden door een sliert kinderen achterna gelopen. We zijn blij als we bij een track uitkomen die duidelijk voor auto's bedoeld is. Niet veel later komen we bij de douane/immigration office van Mozambique waar we alles wederom zonder problemen regelen. Mozambique is ook eindelijk weer een land waar we geen belachelijke bedragen moeten neerleggen om met de auto het land binnen te komen. Voor 50.000 Mts (= ong. 2,5 euro) voor de 'wegenbelasting' en $15,- voor onszelf bij de immigration laten ze ons gaan.
Het pad bestaat hier gelukkig uit zand en niet uit klei zodat we minder glibberen, maar goed is het echt niet te noemen. Omdat we echter de tijd hebben vinden we dit geen probleem en rijden lekker rustig door (we hebben dit soort paadjes liever dan die verschrikkelijke wasboord paden of kapot asfalt). Als we de banden weer op normale spanning brengen, we hadden de bandenspanning flink laten zakken toen we dreigden vast te komen zitten in de modder, komt er een bush taxi volgeladen langsrijden.
Morten repareert een taxi

|
We eten nog even een boterham en rijden weer aan, maar het duurt niet lang of we zien dezelfde bushtaxi midden op het pad stilstaan. Ze laten de auto wat naar achteren lopen zodat we er langs kunnen en we vragen even of we wat kunnen doen. We zitten nu tenslotte echt in de middle of nowhere en als al die mensen moeten gaan wandelen zou dat echt een gigantisch eind zijn. Even later sta ik voorover gebogen in hun motorkap de elektrische bedrading weer op orde te maken, terwijl om mij heen alle mensen ademloos toe staan te kijken. Ze hebben kortsluiting gehad, iets dat niet vreemd is als je bedenkt dat van de meeste draden de isolatie eraf is. Na een halfuurtje zijn de belangrijkste draden weer aangesloten, met tape zo goed en kwaad als het kan weer geïsoleerd en start de auto weer!
Op de weg verder komen we ze nog een aantal keren tegen en iedere keer zwaait iedereen vol vreugde naar ons terwijl ik me er nog steeds over verbaas dat die auto überhaupt ooit zover is gekomen met die bedrading.
Omdat de weg slechter is dan we hadden verwacht halen we vandaag Pemba zeker niet. In een bos vinden we een mooi afgeschermd plaatsje waar we de nacht doorbrengen.
Dag 241, dinsdag 17 september 2002, Mozambique

Wat kan wakker worden in de natuur toch heerlijk zijn. Het briesje dat enkele bladeren doet ritselen is het geluid waarmee we wakker worden. In alle rust maken we de auto in orde. Net als we wat pap aan het eten zijn komt er een man naar ons toe lopen. Hij spreekt alleen iets dat op portugees of swahili lijkt en van communiceren met deze man is dus geen sprake. Wel verstaan we één woord, simba, wat leeuw betekent in het swahili. We vragen ons af of er hier leeuwen zouden zitten, maar omdat we toch meteen aanrijden doen we geen moeite om uit te zoeken wat hij nu precies bedoelt.
Helaas missen we onderweg tweemaal een afslag waardoor we dus verkeerd rijden. Gelukkig ontdekken we in beide gevallen de fout snel en draaien, zonder al te veel onnodige kilometers te maken, om. De weg, waarvan wij dachten dat het een goede asfalt weg zou zijn, is helaas in een slechte staat. Ze zijn druk bezig om hier verandering in te brengen, maar daar zullen wij geen profijt meer van hebben.
Het gedeelte van Mozambique waar we doorheen rijden ziet er mooi uit. De dorpjes die we passeren worden gevormd door lemen huizen die netjes recht langs elkaar staan. De tuinen zijn bij veel van deze huizen goed verzorgt met palmbomen en bloemen, iets dat we nog nergens in Afrika zo gezien hebben. Al met al ziet het er erg netjes uit en is er gelukkig ook weinig afval te zien langs de straten. Dit gedeelte van Mozambique is echter behoorlijk afgelegen en nog niet erg ontwikkeld, dus we zijn benieuwd hoe het verder naar het zuiden zal worden.
Na een toch wel vermoeiende tocht rijden we aan het eind van de dag over een tweebaansweg Pemba binnen. Omdat er in Wimbi een camping zou moeten zijn, laten we Pemba even voor wat het is. Wimbi is een langgerekt plaatsje dat aan de kust ligt. De laan langs het strand met vele parkeerplaatsen, palmbomen en appartementen laat duidelijk zien dat het hier, vóór de burgeroorlog, een mooie badplaats is geweest. Momenteel zijn ze de gaten in het wegdek weer aan het dichten en wordt er flink gebouwd, Wimbi zal dus waarschijnlijk weer een gouden tijd tegemoet gaan.
Russel's place, voorheen heette dit Cashew Camp en daarom waren we er al voorbij gereden, is een mooie camping waar we meteen door Russel zelf begroet worden. Het is een eenvoudige campsite, maar enorm sfeervol en bij de bar worden we meteen aan enkele mensen voorgesteld. Na een koud pilsje zetten we de auto op een mooi plaatsje neer en eten met de gezamenlijke pot mee. We vinden dit wel een leuk idee, de kok maakt hier één groot gerecht klaar en als je zin hebt kun je mee eten, natuurlijk wel tegen betaling. Alles gaat gelukkig op rekening want veel Meticas hebben we niet meer.
Omdat we na de afgelopen dagen toch wel moe zijn duiken we snel de auto in, terwijl aan de bar en bij het kampvuur nog flink gekletst wordt.
Dag 242, woensdag 18 september 2002, Mozambique

Hoewel stromend water hier op de camping ontbreekt hebben ze toch mooie 'douches'. Het ziet er allemaal zeer schoon uit, met een houten vlonder, plankjes voor je zeep e.d. en.....twee emmers met water waarvan er eentje op een houtskoolstoofje staat en dus warm water bevat! Nadat we ons lekker opgefrist hebben gaan we op pad.
Uitzicht over Pemba

|
In Pemba is de eerste stop de bank waar we met onze visa kaart geld uit een automaat kunnen halen, lekker makkelijk dus. In een supermarktje doen we een paar boodschappen maar het is al duidelijk dat het hier toch wel duur is. Terug in Wimbi gaan we naar een internetcafe, wat eigenlijk een groot woord is, want het is een klein kamertje met één computer, maar de verbinding is in ieder geval goed. Omdat we nog geen groente en fruit hebben rijden we terug naar Pemba. Helaas is dit moeilijk te vinden, maar we slagen er wel in om brood te kopen.
Weer terug in Wimbi, ja, we rijden lekker op en neer, kijken we even wat Nautilus te bieden heeft aan duikcursussen. De 'open water' cursus kost hier 265 dollar per persoon wat dus een stuk duurder is dan de 200 dollar die Simply Scuba in Punta d' Oro vraagt. We vertellen de vrouw dat we er nog even over willen denken en dat we haar nog zullen laten weten wat we doen.
Voordat we terug naar de campsite gaan, belt Sas nog even naar huis want haar moeder is vandaag jarig (gefeliciteerd mam!!!). Het is altijd leuk om weer even de stemmen aan de andere kant van de wereld te horen, maar de vertraging maakt het wel moeilijk om te praten. Omdat telefoneren zo duur is zijn we blij dat we tegenwoordig vrijwel overal kunnen internetten en dus toch goed contact met Nederland kunnen houden.
Op de camping koken we ditmaal ons eigen potje. Sas gaat daarna vrij snel het bed in met een flinke hoofdpijn. Zelf ga ik nog even bij het kampvuur kletsen.
Dag 243, donderdag 19 september 2002, Mozambique

Op de planning voor vandaag staan het wassen van de kleding, bijwerken van het reisverslag, inkopen doen in Pemba op een groentemarkt (die er dus wel moet zijn) en snorkelen. We hebben besloten om de duikcursus hier niet te volgen en willen morgen verder richting het zuiden van Mozambique rijden.
Met de eerste twee punten zijn we de hele ochtend zoet en daarna is het alweer tijd om wat te eten. Terwijl we net aan het opruimen zijn komt er een Toyota de camping oprijden met twee blanken erin. Ze gaan aan de bar met Russel zitten kletsen en even later lopen wij naar ze toe om kennis te maken. Het is een jong Zuid-afrikaans stel, Darren en Louise, die nu al een half jaar door oost- en zuidelijk- Afrika aan het trekken zijn. Ze hebben dezelfde route van Tanzania naar Mozambique genomen, maar zijn een dag later met de ferry overgegaan. Het klikt erg goed en we kletsen heel wat af!
's Middags nemen we met zijn vieren een verkoelende duik in de zee, maar er drijft veel zeewier in het water en we blijven er dus niet lang in. Zin om naar Pemba te gaan voor de boodschappen hebben we niet meer en we besluiten dus maar om dat morgenochtend te doen, voor we vertrekken.
Omdat Darren en Louise nog een flinke hoeveelheid saus overhebben van gisteren, vragen ze ons om met hen mee te eten. Natuurlijk slaan we dit niet af en zo hebben we even later een lekkere maaltijd van spaghetti met saus. Tijdens het eten komen Darren en Louise met de vraag of we zin hebben om mee te gaan naar Ibo, een eiland in de Indische oceaan. Ze hebben gehoord van Russel dat we een dhowtrip kunnen regelen met Frans en niet veel later zit hij bij ons aan tafel om wat dingen door te spreken. Het blijkt dat Frans een eigen dhow (dit is een traditionele zeilboot) heeft en dat hij vannacht vanuit Pemba naar Ibo wil varen. Als we zin hebben kunnen we met hem mee gaan en we hoeven daar dan niets voor te betalen! Hij heeft zijn eigen bemanning en die krijgen daar gewoon een vast maandsalaris voor.
Omdat we het idee van een zeilweekend wel leuk vinden laten we onze plannen om morgen te vertrekken varen en spreken met Frans af dat we hem vannacht om 3 uur bij een vriend van hem zullen ontmoeten. Snel zoeken we alles bij elkaar wat we denken mee te moeten nemen en duiken om half elf ons bed in om nog even wat uurtjes te kunnen slapen.
Dag 244, vrijdag 20 september 2002, Mozambique

Om 2.15u loopt de wekker alweer af en een kwartiertje later loopt Morten naar Darren en Louise om hen wakker te maken. We laden onze spullen bij hen in de auto in en parkeren onze landcruiser op een plaatsje achter in de camping, zoals we gisteren met Russel hebben afgesproken. Met zijn vieren rijden we daarna naar de vriend van Frank, waar we alles overladen in zijn pick-up. Hij is zo gek om speciaal voor ons midden in de nacht op te staan en ons naar de dhow te brengen. Nadat hij ons veilig afgezet heeft, kijken we nog even hoe hij voor de tweede keer met een enorme vaart door een gigantische modderplas, nou ja, meer een plaats waar het open riool in uitkomt, scheurt. Gelukkig komt hij er weer goed doorheen en lopen wij verder naar het water.
Het is 4.00u als we ons geïnstalleerd hebben in de dhow en we de vissershutjes achter ons laten en de baai in varen. Echt hard gaat dit niet, want de wind laat het een beetje afweten. We genieten van een schitterende zonsopkomst en het geheel doet echt sprookjesachtig aan. Niet veel later is deze sfeer echter helemaal verdwenen als ik, Sas, tegen Morten vertel dat ik me niet lekker voel. Op ditzelfde moment gaat het met Morten ook ineens mis en voelen we ons allebei flink beroerd. Van Darren en Louise krijgen we pilletjes tegen zeeziekte, maar het mag niet baten en al snel hang ik over de railing en ligt Morten uitgeteld op een bankje.
Ondanks dat er weinig wind staat en de zee heel rustig is, brengen we de hele ochtend en een groot gedeelte van de dag liggend, over de railing hangend en slapend door. Jeetje, wat voelen wij ons beroert zeg!!!! Op een gegeven moment roept Louise ineens dat ze walvissen ziet. We kijken even naar de dieren, maar nemen het amper in ons op en hebben ook niet de fut om onze camera's tevoorschijn te halen.
Na de middag gaat het met Morten gelukkig al wat beter, maar bij mij blijft zelfs het water dat ik drink niet binnen. Bij een klein eilandje stoppen we even en gaan we van de boot. Terwijl we rondlopen, koopt de bemanning vis in voor het avondeten en na een kwartiertje vertrekken we weer. We staan toch wel even gek te kijken als ze een mooi vuurtje beginnen te stoken om de vis klaar te maken, we zitten tenslotte op een houten boot!!! Gelukkig gaat alles goed en kunnen we smullen van een lekkere 'snapper' met brood. Ook ik neem er wat van en ben blij als het toch wel smaakt en het ook binnen blijft.
Evenals de mooie zonsopkomst kunnen we nu genieten van de ondergaande zon. Omdat het bijna volle maan is, is de omgeving in een sfeervol licht gehuld en als we een projector zouden hebben, zouden we het grote witte zeil als filmdoek kunnen gebruiken...
Omdat er erg weinig wind staat en het water al flink gezakt is, komen we rond een uur of zeven helemaal stil te liggen. Er zit dus niet veel anders op dan de nacht op de houten banken van de dhow door te brengen. Darren en Louise installeren zich op de grond en Morten en ik proberen zo goed en zo kwaad als het kan op het kleine stukje hout van de kiel van de boot te slapen.
Dag 245, zaterdag 21 september 2002, Mozambique

We zijn de afgelopen nacht regelmatig wakker geworden en Morten heeft zelfs gezien dat we helemaal drooggelegen hebben met de boot! We hebben overal pijn van het liggen op de houten planken en we hebben regelmatig moeten puzzelen om een beetje 'comfortabel' op onze kleine slaapplaats te liggen.
Als we om 5 uur allemaal echt wakker zijn, zijn de drie schippers al druk in de weer en is de dhow ook alweer in beweging. Terwijl we nog met de slaapzak om ons heen voor in de punt van de boot zitten, laat de zon zich als een rode vuurbal aan ons zien. Het geeft een heerlijk vrij gevoel en ondanks dat we ons flink beroerd hebben gevoeld, hebben we absoluut geen spijt dat we mee zijn gegaan!
Zonnebaden op de dhow

|
Bij Tandanhanque, een plaatsje op het vasteland, staan Genevieve en Frans ons al op te wachten. Omdat wij gisterenavond stil zijn gevallen met de dhow, hebben ze hier de nacht doorgebracht en ze zijn blij ons te zien. Ze stappen snel in de boot en daarna ontbijten we met zijn allen, terwijl we duimen dat er wat meer wind gaat komen. Dit keer voelen Morten en ik ons prima en kunnen we eindelijk echt genieten van de boottocht. We luieren lekker in het zonnetje, kletsen wat en genieten met volle teugen.
Zoals Frans al voorspelt had, steekt om negen uur de wind ineens op en hebben we eindelijk het gevoel dat we echt varen en niet ronddobberen. Rond half twaalf komen we bij Ibo aan, maar omdat de boot niet dicht genoeg aan wal kan moeten we nog een eindje door het water waden. Omdat sommige stukken erg drassig zijn en het klittenband van Morten's Teva's niet meer goed werkt, verliest hij bijna zijn slipper en trekt hij ze dus maar snel uit. Ook ik loop op blote voeten verder, iets waarvan we achteraf horen dat we geluk hebben dat we niet in één van de vele 'stekelbollen' zijn getrapt.
We zetten onze spullen neer bij vrienden van Frans, die hier bezig zijn om een oud huis helemaal op te knappen om er een pension van te maken. Nadat we wat gedronken hebben en even met ze gekletst hebben, gaan we op zoek naar het huis van Frans. Hij heeft namelijk ook een huis op Ibo gekocht, maar hij heeft dit gedaan zonder dat hij het huis gezien heeft!!! Met zijn allen gaan we op onderzoek uit en komen terecht bij een enorm groot, oud huis, waarvan een man Frans vertelt dat dit het moet zijn. We nemen een kijkje binnen en vragen ons af hoe Frans het voor elkaar gaat krijgen om het helemaal op te knappen. Waarschijnlijk vraagt hij zich dat zelf ook af, want helemaal gelukkig kijkt hij er niet bij.
In een klein cafeetje drinken we wat en daarna halen we onze spullen op om een eindje verderop bij 'Casa de Janine' uit te komen. We zetten hier onze tenten op en spreken met de eigenaresse af dat ze voor vanavond een maaltijd voor ons mag bereiden. We leggen de slaapzakken buiten voor de tenten neer en nadat we wat brood gegeten hebben en een tijd hebben gekletst, vallen we met zijn allen in slaap.
Als we wakker worden is de zon alweer aardig aan het zakken en frissen we ons om de beurt met emmertjes water in de badkamer van het huis op. Daarna kletsen we op de veranda verder en kunnen rond een uur of half acht aan tafel. Ondanks dat we nog steeds niet van cocos houden, smaakt de cocosrijst met vis prima en hebben we een lekkere maaltijd. Terwijl we nog dubben of we vanavond naar 'de disco' zullen gaan, jawel ook die hebben ze hier op Ibo, komt James op bezoek. We hebben vanmiddag al kennis met hem gemaakt en het is een erg leuke gozer. Hij zit vol verhalen en spreekt engels met een flink accent, wat het steeds moeilijker maakt om hem te volgen naarmate de avond vordert. Het is pas half tien als we allemaal flink zitten te knikkebollen en ikzelf echt aan tafel in slaap val. Tijd dus om onze tentjes op te gaan zoeken en daar verder te slapen.
Dag 246, zondag 22 september 2002, Mozambique

Ook deze ochtend worden we weer wakker met het gevoel dat ons hele lichaam beurs is. De ondergrond waar we op hebben geslapen was dit keer niet van hout, maar het zand was ook niet echt zacht en zonder matjes slaapt dat toch niet echt fijn.
Nadat we met zijn allen ontbeten hebben, helaas is dit een stuk minder dan het avondeten van gisteren, maken we ons klaar om een wandeling over het eiland te maken. Eerst lopen we weer naar het huis van Frans, waar hij nog wat dingen wil bekijken. Terwijl ik, Sas, nog wat fotootjes maak, lopen Darren en Louise weg voor een wandeling door de straatjes van Ibo. Genevieve en Frank lopen achter Frans aan het huis binnen en wij staan opeens een beetje eenzaam in het straatje.
Voor het huis van Frans op Ibo island

|

|
Omdat iedereen even zijn eigen gang gaat, lopen ook wij maar even het dorp in om de atmosfeer hier op te snuiven. De koloniale stijl van de gebouwen laat duidelijk de portugese invloed zien. Veranda's waarvan de daken gestut worden door mooie stenen pilaren, muren waarvan het pleisterwerk haast een geschiedenis beschrijft en trappen die naar de dubbele hardhouten voordeuren leiden, sieren deze huizen. We vinden het moeilijk te bevatten dat deze huizen zo lang verwaarloosd zijn. Door de oorlog is het eiland verlaten door de portugezen en de lokale bevolking had andere zorgen aan hun hoofd dan voor de huizen te zorgen. Ibo is echter een tweede leven gegund want men verwacht hier toch een behoorlijke toeristenstroom nu Mozambique weer stabiel is en het land weer met de opbouw bezig is. Enige tijd geleden is het ook een UNESCO World Heritage site geworden en dit zal er hopelijk toe bijdragen dat hier niet lukraak gebouwd gaat worden. Ook Frans gelooft in de toekomst van Ibo en heeft zijn huis dus als een investering gekocht.
Als we op een groot plein uitkomen zien we Frans lopen en niet lang daarna zien we ook Frank en Genevieve. Jean Babtist (we weten niet hoe je dit schrijft) loopt voor hun uit. Deze oude man heeft hier op het eiland veel meegemaakt en is vandaag onze gids. Omdat Jean alleen portugees praat is Frank zo vriendelijk om onze tolk te zijn.
We krijgen een kleine rondleiding door het plaatsje en lopen daarna naar het fort. In vergelijking met wat we in Ghana hebben gezien valt dit fort in het niet. Niet zozeer door de grote en de stijl, maar het is een niet gerestaureerd gebouw waarbij op de deuren de oorspronkelijke functie staat geklad. Alle ruimtes zijn leeg, met kale betonnen vloeren en vlakke muren spreken de ruimtes niet meer. De historie is desalniettemin doordrongen van ellende. Het zou mooi zijn als ze hier een museum van maken, maar voorlopig moet de bezoeker het hebben van de zilversmidjes die hier sieraden maken.
Na het fort lopen we met Darren en Louise naar het barretje waar we Dave, een zuid-afrikaan, ontmoeten. Hij rijdt met name in Kenia voor een bedrijf toeristen rond op fotosafari's. Nu is hij even 'op vakantie' maar moet snel weer terug om klanten op te pikken. Bij de campsite ruimen we de tent op en hebben nog een geïmproviseerde lunch. Darren en Louise hebben tonijn, wij jam en samen nog wat koekjes! Frank komt even later nog met wat kaas aanzetten. Frans voelt zich helaas niet lekker, hij denkt dat hij malaria heeft, en ligt al een tijdje op bed. Pas op het moment dat we naar de dhow moeten staat hij op.
Een auto op twee aan elkaar gebonden dhows

|
De wind is een stuk beter als eergisteren en ook wijzelf houden het, gelukkig, beter uit. Zonder zeeziektes zeilen we in een dik uur naar Tandanhanque. Hier worden alle spullen overgeladen in de laadbak van de auto van Frank. Ook wijzelf springen in de laadbak en terwijl wij de humbs (verlagingen in de weg waar het water doorheen kan) tellen en cola met wodka drinken scheurt Frank er aardig overheen. Na ongeveer 2 uur rijden we Pemba weer binnen.
We halen de auto van Darren en Louise op en gaan daarna naar de camping. Net voordat we de camping oprijden zien we een landrover voor ons rijden die wat aarzelend rijdt alsof hij ergens naar op zoek is. Als we langs de auto rijden zien we dat het Dave is die op zoek is naar de campsite!
Met zijn alle besluiten we om het weekend af te sluiten met een pizza en we springen allemaal (oké behalve Frank want die moet rijden) in de laadbak en rijden naar het restaurant. Na een overheerlijke pizza rijden we voor het toetje Wimbi city in waar we een klein winkeltje van zijn voorraad chocoladerepen af helpen.
Na deze leuke, maar ook wel vermoeiende dagen, snakken we allemaal weer naar onze zachte matrasjes en duiken dan ook snel ons bed in.
Dag 247, maandag 23 september 2002, Mozambique

Deze ochtend probeert Darren zijn plan om vanavond een varken aan het spit te krijgen, tot uitvoering te brengen. Samen met Russel gaat hij naar een varkenshouder, maar ze komen zonder varken terug. De varkens die ze gezien hebben waren zo groot dat we daar met zijn allen, de hele camping dus, twee weken van kunnen eten! Het idee wordt dus even in de koelkast gezet.
Samen met Genevieve rijden we met zijn allen in de auto van Darren en Louise naar het centrum om boodschappen te doen. Genevieve loodst ons langs allerlei winkeltjes, maar de meeste zijn toch te duur zodat we uiteindelijk niet veel kopen. Wel verwennen we ons met een rolo ijssnack. Op de markt kopen we wat groente en fruit wat ook aan de prijzige kant is, maar we willen gewoon weer verse groente hebben. Als Sas en ik, Morten, terug bij de auto zijn, de anderen zijn nog even naar een ander winkeltje, kom ik er achter dat de achterdeur van de auto al die tijd heeft opengestaan. Ik voel me behoorlijk lullig omdat ik de laatste ben geweest die eruit is gegaan. Darren en Louise missen gelukkig niets en enigszins opgelucht rijden we weer terug naar de camping.
Samen lunchen we even en daarna pakken we de snorkelspullen om te kijken wat Pemba te bieden heeft. Bij Nautilus moeten twee mooie riffen zijn maar helaas is het zicht niet echt fantastisch en bovendien zien we enorm veel kleine kwallen. We liggen dus niet echt lang in het water, maar het is wel lekker om even te zwemmen. Terug stoppen we bij het internetcafe en drinken nog wat op een terrasje.
Bij de camping willen we 'even' onze mail lezen voordat we gaan koken. Dit wordt echter meer dan 'even' want we hebben veel mail en enkele daarvan zijn flink lang, kei leuk dus. Voor het eten hebben we een kilo vlees gekocht, omdat we ook voor Darren en Louise koken, waarvan we gehakt willen maken. Genevieve legt ons uit dat we het vlees eerst moeten koken en daarna kunnen we het door de gehaktmolen van de camping halen. Dit werkt echt fantastisch en het resultaat is prachtige gehakt. Met wat ui, kool, de laatste wijko satesaus en wat tomatenpuree maken we een flink gerecht voor ons vieren. Louise maakt ook nog een salade klaar en zorgt voor de wijn en zo hebben we een lekker diner.
Hoewel ik niet helemaal tevreden ben eten we onze buikjes goed rond. Als toetje eten we de restanten van de chocoladerepen en daarna bekijken we het stukje film dat we van het afgelopen weekend gemaakt hebben. We sluiten de avond aan de bar van de camping af. Hier wissel ik nog even adressen uit met Evan, een fotograaf die zeer leuke ideeën heeft. Hij woont in Cape Town en nodigt ons uit om hem daar op te zoeken. Verder nemen we afscheid van Steven die nog even in Pemba blijft.
Dag 248, dinsdag 24 september 2002, Mozambique

Als we de auto uitkomen zijn Darren en Louise ook net wakker. Aan de tafel ontbijten we gezamenlijk terwijl we naar een fotopresentatie van Dave kijken die hij op zijn laptop heeft staan. Het zijn schitterende foto's en de manier waarop hij ze in een presentatie verwerkt is zeer mooi. Genevieve komt even snel langs om alvast afscheid te nemen want ze gaat de stad in om inkopen te doen.
Niet veel later nemen we ook afscheid van Darren en Louise die vandaag gaan duiken en spreken af dat we ze in ieder geval in Johannesburg opzoeken. Ook Dave vertrekt, hij gaat weer richting Kenia en dus loopt de campsite opeens behoorlijk leeg. Wij zitten echter nog met het probleem dat we moeten betalen en natuurlijk weer te weinig geld hebben, omdat we gisteren vergeten zijn te pinnen. We kunnen gelukkig een gedeelte met dollars betalen, zodat we niet vanuit het centrum weer terug naar de campsite hoeven te rijden.
Bij de bank worden we teleurgesteld door de geldautomaat. Als we binnenlopen zien we netjes het opstartscherm van windows!!! verschijnen maar deze crashed meteen en start weer opnieuw op, dus geen geld uit de automaat. Binnen is het een drukte van jewelste. Gelukkig lopen we Genevieve tegen het lijf en en een medewerker van de campsite die bij haar is loodst ons mooi langs de hele rij naar voren. Het mag echter niet baten, want blijkbaar werkt het hele visa systeem niet en kunnen we ook hier geen geld halen. De zwarte markt is nu de enige oplossing en we wisselen snel 100 dollar.
Om negen uur rijden we Pemba uit. De weg hier is zeer goed en we kunnen flink doorrijden. De omgeving heeft helaas niet zoveel te bieden en met de toch wel hoge temperatuur worden we er wel loom van. Terwijl de één rijdt, dut de ander een beetje en zo maken we toch aardig wat kilometers.
Na een flink stuk met enorm veel zogenaamde 'potholes', oftewel flinke gaten in het asfalt, rijden we Nampula binnen. Als we bij een tankstation de dieseltank weer bijvullen stopt er opeens een auto achter ons met twee bekende gezichten. Het zijn Ami en Neal, een engels stel die we op de campsite van Russel al hadden gezien. Ze waren gisteren al vertrokken van de camping maar hebben onderweg problemen gekregen met de auto en waren genoodzaakt om hier in Nampula te blijven om de boel te laten repareren. Zij moeten nu vrij snel in Maputo zijn en omdat zij dus iets meer haast hebben als ons besluiten we gewoon zelfstandig verder te rijden.
Al vrij snel nadat we weer op pad zijn gaat het asfalt over in een onverharde weg. Gelukkig is deze nog van vrij goede kwaliteit zodat we toch nog aardig kunnen doorrijden. Ook hier is het weer moeilijk om een slaapplaats te vinden. Er zijn hier nergens campsites, de dorpjes zijn te klein voor hotelletjes, en langs de hele weg staan hutjes. Als ik een pad zie dat van de weg afgaat en onze auto in zijn achteruit wil zetten rijden Amy en Neal ons voorbij. Ze stoppen en we kijken even wat hun plannen zijn. In hun reisgids staat een guesthouse vermeld in Molocué maar ze weten niet hoe ver dat is. Als we op onze GPS kijken waar we zitten zien we dat dat nog een dikke 70 km is, over deze onverharde weg! Hoewel het al donker begint te worden besluiten we om samen met ze verder te rijden en maar te kijken hoe het gaat.
Het rijden valt enorm mee en omdat het al donker is, is het lekker fris zodat ik goed geconcentreerd kan rijden. Na ongeveer anderhalf uur rijden we eindelijk Molocué binnen en nu begint het zoeken naar het guesthouse. We worden door een aantal jongens naar een pension gebracht. Hoewel we in onze auto slapen en dus alleen veilig binnen muren willen staan wil de manager hier dat we maar liefst 200.000 Mts per persoon betalen, wat dus ongeveer 10 euro is!
Als Sas en Amy bij een ander pension gaan kijken wat de mogelijkheden zijn komen ze een stuk vrolijker terug. De enorm vriendelijke eigenaresse zei dat alle kamers vol waren. Toen Sas en Amy daarop vertelde dat we in de auto slapen wilde ze daar in eerste instantie niets van weten, ze wilde de huiskamer wel in orde maken zodat we daar konden slapen. Na het nog een keer te hebben uitgelegd vond ze het toch goed. We mogen van haar van de gezamenlijke douche en toilet gebruik maken en ze wil hier niet eens geld voor!
Met zijn vieren gaan we lekker op de veranda zitten kletsen. Amy en Neal zijn druk bezig om een eco-tourisme bedrijf op te zetten en zijn nu in Mozambique om naar locaties te kijken en te praten met onder andere de lokale bevolking. Ze werken samen met de WWF en hebben al enkele investeerders. De komende tijd zal voor hun dus druk en spannend zijn en we zijn benieuwd hoe het verder zal lopen. Na een heerlijke kip met frietjes en salade laten we nog even onze auto zien en daarna nemen we afscheid, Amy en Neal willen vannacht om een uur of 3 vertrekken en hopen zo weer wat tijd te kunnen inhalen zodat ze toch op tijd in Maputo kunnen zijn.
Dag 249, woensdag 25 september 2002, Mozambique

We zijn op tijd wakker en vertrekken iets voor achten om aan een nieuwe 'autodag' te beginnen. Het begin is onverhard, maar al vrij snel gaat het weer over in asfalt en kunnen we lekker doorrijden. Terwijl ik, Sas, weg lig te dutten maakt Morten me ineens wakker. Er staat een agent op de weg en we moeten stoppen. Omdat we al verschillende verhalen gehoord hebben over snelheidscontroles in Mozambique en het feit dat ze hier snel bekeuringen uitschrijven, zijn we bang voor wat ons te wachten staat. Niet dat Morten echt te hard reed, maar je weet het hier gewoon nooit. Gelukkig is er niets aan de hand en nadat we vertelt hebben dat we richting Inhambana rijden, mogen we weer verder.
Als we om één uur de auto langs de weg zetten om wat brood te smeren, roept Morten ineens “shit yoh!!” Net naast de auto ligt een flinke gele slang, maar op het moment dat ik uit het raam kijk is hij helaas al tussen de struiken verdwenen. Voorzichtig stappen we uit, maar hij laat zich jammergenoeg echt niet meer aan ons zien.
De pont over de Zambezi rivier

|

|
Eerder dan verwacht komen we rond half drie aan bij de Zambezi rivier, waar we met een pont het water over moeten. Amy en Neil hebben ons verteld dat de pont waarschijnlijk na twaalven niet meer vaart en van anderen hebben we begrepen dat de pont alleen vaart als er genoeg mensen zijn. Er staan al aardig wat auto's te wachten en we zien de pont onze kant op komen varen, dus dat is een goed teken. Bij een winkeltje kopen wat blikjes bier die de koelkast in gaan en daarna is het wachten.
Het is een vrij eenvoudige pont en lang niet zo modern als de pont die we bij de Rivuma rivier hebben gehad. Nadat er een grote bus, een truck met een 18 meter trailer en een paar gewone auto's op de pont gereden zijn, staat hij echt helemaal vol! Voor ons is er geen plaats meer en dus moeten we wachten op de volgende oversteek. Morten parkeert de auto alvast wel achteruit, want we hebben al gezien dat je achteruit de pont op moet rijden, zodat je er aan de andere kant weer vooruit af kan.
Morten kan als eerste de pont oprijden en na hem volgen nog twee auto's en een vrachtwagen. Gelukkig is hij nu dus niet zo volgeladen als net en dat geeft toch een iets veiliger gevoel. Het is alweer vier uur geweest als we aan de andere kant van de rivier onze weg kunnen vervolgen. Langs de kant zien we dieselvaten staan en omdat onze tank bijna leeg is en we op het dak ook nog maar 1 volle jerrycan hebben, besluiten we om toch maar 40 liter diesel te 'tanken'. Even later wordt een plastic slang met de mond aangezogen door een jongen en loopt de diesel in onze tank. Nu maar hopen dat het een beetje schone diesel is, maar veel andere keus hebben we niet.
En weer even tanken...

|
We rijden nog een half uurtje door en zien dan langs de weg een pad het bos in lopen. Omdat we ondertussen weten dat het vinden van een slaapplaats niet meevalt, slaan we hier in en laten de auto een eindje verderop op het pad staan. Omdat er veel verhalen de ronde gaan over het feit dat in Mozambique overal nog landmijnen liggen, nemen we het zekere voor het onzekere en gaan dus maar niet van het pad af. We hopen alleen maar dat er vanavond geen auto's meer door moeten, maar dat zien we dan wel weer.
Terwijl Morten de bergschoenen invet, een klusje dat al lang op het programma staat, warm ik de rijst en saus op die we nog over hebben van eergisteren. Om zes uur is het al pikkedonker en gaan we dus maar de auto in, waar we wat lezen en al vroeg in slaap vallen.
Dag 250, donderdag 26 september 2002, Mozambique

Als ik, Sas, wakker wordt, mijn bril opzet en uit het raampje kijk zie ik een eindje bij de auto vandaan een Dikdik. Dit is een kleine gazelle-achtige en schichtig maar langzaam loopt hij door de bossen voor onze auto langs. Het is een grappig gezicht, want hij kijkt echt onderzoekend naar onze auto. Samen genieten we van dit lekkere wakker-wordt moment in de natuur.
Om 7.45u zitten we alweer in de auto en vervolgen onze weg richting Inhambane. Ze zijn een hele nieuwe asfaltweg aan het aanleggen en het eerste gedeelte moeten we dan ook langs de weg rijden. Gelukkig is dit wel goed te doen en kunnen we toch redelijk doorrijden. Als we later het spliksplinter nieuwe asfalt op kunnen, rijdt dat natuurlijk helemaal lekker en dat is ook wel fijn want we hebben nog heel wat kilometers voor de boeg.
's Middags komen we ineens bij een tolpoort terecht. De man vraagt ons waar we naartoe gaan en waar we vandaan komen en ik houd het geld al in de aanslag. Tot onze verbazing noteert hij alleen deze gegevens en het nummerbord van de auto en daarna kunnen we weer verder.
Van Amy en Neil hebben we gehoord dat Vilankulo een leuk plaatsje aan het strand is, waar verschillende campings zijn. We twijfelen nog even of we een plaatsje in de natuur zullen zoeken of hiernaartoe door zullen rijden. Ondanks dat het al tegen zessen loopt en de zon dus alweer onder gaat, kiezen we toch voor het laatste en rijden door naar Vilankulo.
In het donker is het even zoeken, maar al snel zien we bordjes met een campsite en dus volgen we deze. Als we aankomen en naar de prijs vragen schrikken we ons echter rot, ze vragen 7 dollar per persoon en 2 dollar voor de auto! In Europa zijn dit misschien normale prijzen, maar hier is dat dus echt belachelijk duur. De man biedt ons nog een korting aan, maar we besluiten toch om verder te rijden op zoek naar de Baobab campsite, die volgens hem minder faciliteiten heeft maar wel goedkoper is. We vragen verschillende keren naar de weg en vinden na een minuut of 10 inderdaad Baobab Beach, waar we een stuk goedkoper kunnen overnachten. Ondanks dat we moe zijn halen we toch de tafel en stoelen van het dak en terwijl ik een fruitsalade maak van verse ananas, sinaasappels en banaan, kookt Morten een aardappelschotel. We hebben nog een potje 'mangopickel' waarvan we geen idee hebben wat het precies is, maar wat er wel lekker uitziet. Even is Morten nog bang dat 1 potje wel erg weinig is, maar als we beginnen met eten verslikken we ons meteen. Het is ongelofelijk heet en het verpest echt de smaak van de aardappels en groente. Waarschijnlijk is het de bedoeling dat je één schep door een gerecht doet om het op smaak te brengen, maar dus niet een heel potje!! Ik spoel het gerecht af met water en doe er een flinke klodder mayonaise en ketchup door. Nog steeds blijft het pittig, maar op deze manier is het toch iets beter te verdragen. Gelukkig is de fruitsalade een verfrissend toetje en hebben we toch nog iets om van te genieten.
Dag 251, vrijdag 27 september 2002, Mozambique

We houden vandaag een rustdag, zodat we morgen weer fris de laatste kilometers naar Inhambane af kunnen leggen. Morten werkt 's ochtends aan het reisverslag terwijl ik verder lees in een boek wat Robs mee gebracht heeft. Om elf uur rijden we het 'centrum' in waar we bij de bank geld willen pinnen. Helaas werkt de automaat niet met mijn kaart, hij wil een pincode van 6 cijfers en ik kan er maar 4 geven, dus halen we binnen geld op met de creditkaart. We zijn vrij snel klaar en gaan nog even naar het cultureel centrum waar we kunnen internetten.
We worden naar de achterkant van een kamer gestuurd, waar 4 computers staan die allemaal bezet zijn. Een jongen maakt één computer voor ons vrij. We zien nu dat hij de anderen een cursus aan het geven is en het is wel grappig om dit mee te maken. We halen onze mail op en kijken tegelijkertijd hoe de jongen zijn uiterste best doet om van alles rustig uit te leggen aan de anderen.
Op de camping is het druk geworden. Pal naast waar wij staan zit een flinke groep Nederlanders! Ze zijn met een georganiseerde reis 3 weken aan het rondtrekken. We hadden de truck en tentjes al zien staan toen we gisteren aankwamen, maar toen was er nog niemand. Ze zijn nu net terug van een dhow tripje naar een eiland waar ze ook een nacht overnacht hebben. Natuurlijk zijn ze nieuwsgierig als ze onze auto met nederlands kenteken zien en al snel zitten we dus met verschillende mensen van de groep te kletsen.
We lunchen wat, rommelen wat rondom de auto en ik, Morten, poets de schoenen! Later op de dag lopen we nog even naar het strand. Het water staat laag, maar het is vloed aan het worden en we merken dat dat toch snel gaat. Het strand ziet er mooi uit maar we doen geen aanstalten om te zwemmen, als we de duikcursus gaan volgen zullen we al genoeg in het water zitten.
Na het eten, dat een stuk lekkerder is dan gisterenavond, spelen Sas en ik samen nog wat potjes 'set'. Het gaat Sas goed af en ik heb moeite om haar bij te houden. In de auto doet ze haar uiterste best met het boek van Robs en om ongeveer 24.00u heeft ze het helemaal uitgelezen! Robs, we vonden het allebei een schitterend boek.