Soedan, deel 1
created on:
2002-08-08
Dag 149, maandag 17 juni 2002

Als we wakker worden is het al licht, maar de zon laat zich nog niet boven de horizon zien. Langzaam kleurt de lucht rood en niet veel later komt een vuurrode bal boven de bergen uit. Als we de auto opruimen zijn we Bara al een tijdje uit het oog verloren. Even later komt een totaal afgepeigerde hond onze kant op lopen. Hij heeft blijkbaar een flinke ochtendwandeling gemaakt en is nu behoorlijk op. Het is wel duidelijk dat hij het hier fantastisch vindt, want vanaf het moment dat we hier aankwamen is hij enthousiast aan het rondlopen.
Net als we willen ontbijten, al het brood is al gesmeerd, komt er een groepje kinderen aan zetten. Waarschijnlijk hebben ze Bara zien rondlopen en zijn ze nieuwschierig geworden. We houden Bara aan de lijn omdat we ze niet meteen willen wegjagen, we zijn tenslotte voor hun ook iets bijzonders. We geven ze een brood dat ze onderling delen en zelf eten we ons ontbijtje op.
Niet veel later nemen we afscheid van de kinderen en zetten we koers richting de grens. Het eerste gedeelte bestaat nog uit een redelijke gravel weg, maar in de loop van de ochtend wordt het steeds avontuurlijker. We rijden enkele malen door droge rivierbeddingen en omdat het gebied veel rotsachtiger is geworden moeten we ook af en toe rustig onze weg over de stenen zoeken. We dachten rondom Lake Chad al een mooi stukje van het land gezien te hebben, maar nu we hier rijden zien we dat Tsjaad nog vele mooiere plekjes heeft, en dan zijn we zelfs nog niet eens in de Tibesti Mountains geweest!
Onderweg rijden we nog langs enkele huttendorpjes en zwaaien de mensen vriendelijk. Af en toe komen we een volgeladen ezel tegen die door zijn baas met moeite in bedwang wordt gehouden. Nu snappen we wel waar het gezegde 'koppig als een ezel' vandaan komt, want die beesten gaan echt hun eigen gang. Sommigen blijven ook midden op de weg staan, zelfs als je de bumber er tegenaan zet!
Ook zien we sinds lange tijd weer aapjes. Sas ziet ze als eerste als ze het pad oversteken. Even later zien we er veel meer, maar helaas zijn ze zeer schuw en rennen ze van ons vandaan.
Rainclouds just before we reach Adre

|

|
Als we Adr? naderen is de lucht inmiddels bezaaid met wolken. De kans dat het gaat regenen is groot. Onderweg hebben we al wat druppels op de voorruit gehad, maar dat is waarschijnlijk van een verdwaalde wolk geweest.
Bij Adr? moeten we stoppen omdat de slagboom van de 'bariere de pluie' gesloten is. Hoewel er inderdaad enkele flinke wolken hangen is het flauwekul om de slagboom nu al dicht te doen. Er komen twee jonge gozertjes op ons aflopen en die beginnen een verhaal af te steken dat erop neerkomt dat we hun 5000 CFA moeten betalen om de slagboom te openen! Natuurlijk zijn we dit niet van plan en lachend geven we aan dat dat helemaal niet gebruikelijk is. Terwijl de jongen doodleuk nog zegt dat wij blank zijn en dat we dat makkelijk kunnen betalen, komt er van de andere kant een auto die gewoon om de slagboom heen rijd. Omdat voor ons de tijd toch al begint te dringen, formaliteiten in Afrika nemen nu eenmaal veel tijd in beslag, zeg ik dat ik anders ook wel om de bariere heenrijd. Ze lachen, maar geven aan dat ik dat niet mag doen. Nu begin ik echt ongeduldig te worden en begin een stuk achteruit te rijden zodat ik met een aanloop door het mulle zand langs de bariere kan rijden. Sas sust mij nog even en ik probeer nog een keer of ze op een normale manier de slagboom willen openen. Dit blijkt tevergeefs en dus gaan we er dan maar langs en laten de jongens met lege handen achter.
In Adre is het even zoeken geblazen, maar na instucties van een man vinden we al snel de rij gebouwen waar de formaliteiten worden afgehandeld. Eerst moeten we ons laten registreren en bij de douane wordt vervolgens zonder problemen ons Carnet afgestempeld terwijl het er buiten met bakken uitkomt. We wachten even binnen tot de regen is gestopt en worden daarna door de douanebeambte meegenomen naar de markt waar we onze CFA's kunnen omwisselen naar Dinars. We wisselen al ons geld hier om en hopen maar dat we hier toch een enigszins acceptabele koers hebben gekregen. We willen in iedergeval niet het risico nemen dat we straks nog CFA's overhouden, want bij banken kun je deze niet inwisselen.
De laatste stop is bij de politie. Hier vraagt de man niet echt enthousiast of we per s? nu de stempel willen of dat dat ook morgen kan...nou vandaag dus graag want het is pas drie uur!!! Hij zucht even, maakt een kast open zet een stempel in ons paspoort en vervolgens krabbelt hij er nog wat bij. Nu kunnen we echt Tsjaad verlaten en zijn we toch wel heel benieuwd wat we in Soedan moeten verwachten.
Het stukje tussen Tsjaad en Soedan is opeens behoorlijk slecht. We moeten goed zoeken naar de sporen omdat veel sporen onder water staan. Het heeft hier dus duidelijk al vaker geregend en we zijn benieuwd wat dat verderop moet worden. Niet ver over de grens komen we bij een gebouwtje waar we in gebrekkig engels zeer hartelijk worden ontvangen. We zijn in Soedan!
Hier worden alleen onze gegevens geregistreerd, voor de stempels moeten we in Al Geneina zijn. We rijden daarom snel verder, maar dit duurt niet lang, want door een ruime overschatting van het kunnen van onze auto rijd ik, Morten, hem vast in een truckspoor dat door een rivierbedding loopt. Stom, stom, stom. Flink vloeken en toch maar snel aan de slag om hem weer los te krijgen.
Als we de highliftjack losmaken komen we erachter dat een draadeinde waar hij op bevestigd was, kompleet is afgebroken! We hebben nu geen tijd om ons hier druk om te maken maar balen wel. We weten nu wat we moeten doen, de auto opkrikken, zandladders onder de wielen, de auto laten zakken op de zandladders en proberen voor, dan wel achteruit te rijden. Inmiddels hebben zich om onze auto ook een hele groep kinderen verzammeld die het allemaal wel prachtig vinden. Sas weet ze aan te sporen om mee te duwen en niet veel later is de auto weer los. We geven de kinderen een rolletje king pepermunt kado waar ze zeer blij mee zijn. We nemen nu een ander pad en vervolgen snel onze weg.
Als we aankomen in Al Geneina is het al bijna half zeven. Niet omdat we zo lang over dertig kilometer gereden hebben, maar omdat de tijd in Soedan twee uur verschilt ten op zichte van Tsjaad!! Bij de douane worden we gevraagd de auto op het terrein te parkeren en te wachten tot morgenvroeg. Hier hadden we al min of meer op gerekend en we vinden het al lang fijn dat we binnen de muren van de douane kunnen slapen.
Dag 150, dinsdag 18 juni 2002

Bara is 's-nacht een hele tijd aan het klooien geweest. Het toppunt was wel dat hij op de een of andere manier kans heeft gezien om onder een van onze stoelen door te kruipen waardoor zijn ketting hierin verstrikt raakte. We denken dat hij weer verder is gaan lopen en daardoor de stoel is dichtgeklapt en op hem gevallen. Rotgeschrokken is hij toen langs de auto gerent en sleurt hij de stoel achter zich aan! We schrikken onszelf ook rot van het plotselinge kabaal en ik, Morten, vlieg de auto uit om te kijken wat er precies aan de hand is.
Als we wakker worden is het 07.30u, voor ons doen laat, maar dat komt omdat hier de klok weer met twee uur is verzet. Buiten zijn er al meer auto's aangekomen en lopen er allerlei mensen heen en weer. We hebben het idee dat we lekker op tijd zijn en vragen waar we de formaliteiten moeten afhandelen. Tot onze verbazing moeten we bij een heel ander gebouw zijn, verderop in de straat.
We vullen wat formulieren in bij de immigration section en moeten daarna naar de overkant van de straat lopen voor een registratie. De man daar slaapt echter nog en dus wordt tegen ons gezegd dat we slechts 5 minuten moeten wachten. Natuurlijk worden de 5 minuten een dik half uur. Wat dit precies voor een afdeling is weten we nog steeds niet. We kampen wel met wat communicatie problemen omdat de officiele taal in Soedan arabisch is en slechts een enkeling gebrekkig engels praat. We moeten dan ook enkele malen onze naam uitspreken zodat zij deze in het arabisch kunnen opschrijven!
Na de registratie moeten we weer terug naar de immigration section waar we een stempel in ons paspoort moeten krijgen. Hier wordt wederom gezegd dat we 5 minuten moeten wachten, maar na een half uur is er nog niets, na een uur nog niet en als het nog langer duurt worden we echt ongeduldig en vragen we met een duidelijke irritatie hoe het nu zit. Er wordt ons nu doodleuk gezegd dat de man die onze stempel moet geven thuis is en dat ze niet weten wanneer hij terugkomt. Misschien is het beter als we morgen de formaliteiten afhandelen!! We laten duidelijk ons ongenoegen merken maar kunnen verder weinig doen. We rijden daarom terug naar de douane om te kijken of ze dan in ieder geval ons Carnet willen afstempelen. Ook hier lopen we tegen een muur aan want hier willen ze pas actie ondernemen als alle formaliteiten bij de immigration section klaar zijn. Gelukkig krijgen we hier wel een glas water en even later thee aangeboden.
Net op het moment dat we accepteren dat we hier nog een nacht moeten blijven komt een jongen van de immigration section ons halen, want de man van de stempel is gearriveerd. We rijden er naar toe, maar van snelheid hebben zij nog niet gehoord. Ik zit in het kantoortje waar heel de papierwinkel wordt geregeld terwijl Saskia buiten wordt lastiggevallen door een beambte die het wel ziet zitten om met haar naar Nederland te gaan.
Helaas wordt hier de stempel weer niet gezet, maar moeten we eerst met een mannetje naar weer een ander kantoor. We rijden heel de stad door en komen naar wat blijkt bij de hoge pief terecht. Het kantoor ziet er heel netjes uit, een man zit uitgebreid te telefoneren terwijl naast hem een spik splinter nieuwe fax staat. Als we binnenkomen kijkt hij verbaast op en vraagt aan ons wat ons probleem is. Hierop reageren wij weer verbaast en zeggen hem dat wij dit ook niet weten. Er wordt snel een krabbeltje gezet en daarna kunnen we wederom terug naar de immigration section. Hier worden eindelijk de fel begeerde stempels gezet en kunnen we om half twee(!!) eindelijk naar de douane toe om daar het carnet te regelen.
Helaas, helaas, ook hier moeten we weer wachten, wachten en nog eens wachten. Als het zover is blijkt dat we een lijst moeten maken van alle electrische apparaten die we bij hebben, dat hadden ze ons dus al wel eerder kunnen laten doen!!!
Terwijl de carnet wordt afgestempelt, beklaagt de douanebeambte zich over het slechte regime hier in zijn land. We gaan er niet te diep op in, maar zijn wel verbaast dat zelfs mensen die voor de regering werken er eigenlijk absoluut niet tevreden over zijn. Het import document van de apparaten wordt ook geaccepteerd, zodat we eindelijk om half vijf de stad in kunnen rijden om wat inkopen te doen voordat we op pad gaan.
Het marktje geeft ons wel meteen een goed gevoel. Er heerst een hele gemoedelijke sfeer en hoewel we natuurlijk het middelpunt van de belangstelling zijn, voelen we ons toch op ons gemak. We lopen rustig langs wat winkeltjes, maar ook hier blijkt maar weer hoe moeilijk het is om iets te vragen als je de taal echt niet kent. Met gebarentaal kopen we wat mango's, gedroogde vis en meel en wordt alles eerlijk afgerekend. Gelukkig komt er een man in het engels aan ons vragen wat we nog meer zoeken. Zo worden we in de juiste richting van het brood gestuurd. De vrouw die het brood verkoopt laat een briefje van 50 zien en een man vanuit een ander kraampje zegt dat we daar twee broden voor krijgen. Omdat we 8 broden willen (het zijn maar kleintjes) geven we de vrouw 400 dinars. Zij begint enorm te lachen en begint een tas te vullen met acht broden. Tot onze verbazing komt er nog een zak tevoorschijn en worden er nog eens acht broden gepakt (we hebben dus een rekenfoutje gemaakt). We snappen nu wel waarom ze zo moest lachen en doen dat nu zelf ook. We vinden het echter niet zo erg omdat brood er toch wel hard doorheen gaat nu Bara ook 's-ochtends brood eet en zo gaan we dus met een flinke lading op stap!
Als we de stad uitrijden stoppen we nog even als we een vrouw bij een waterput zien. Ze is zeer behulpzaam en zo kunnen we onze watervoorraad weer op peil brengen. Als dank geven we haar twee broden, die hebben we toch zat, en ze is hier enorm blij mee. Ze gebaart ons dat we moeten wachten en even later komt er een man een zak met mango's brengen!
We nemen zwaaiend afscheid van deze mensen en kunnen dan eindelijk onze eerste echte kilometers afleggen in Soedan. Het is meteen al een schitterende omgeving, alleen voor het zoeken van een slaapplaatsje is het wat moeilijker. Er is niet zoveel hoge begroeiing waar we verdekt kunnen staan en dus rijden we toch nog wat kilometertjes door. Uiteindelijk zien we aan onze linkerkant wat rotsen en gaan we van de weg af om een heel mooi plekje te vinden. Voor Bara is dit ook een verademing want die heeft de hele dag in de auto moeten zitten en het is te zien dat hij blij is om eruit te zijn. Hij rent als een gek rond en we hebben het idee dat hij de rotsen fantastisch vindt.
Dag 151, woensdag 19 juni 2002
Our campingplace just outside El Geneina

|
Het is heerlijk om wakker te worden met de opkomende zon en alleen het geluid van de tsjilpende vogeltjes om ons heen. Eigenlijk is het ook best wel gek om te bedenken dat een land wat zoveel rust en vrede uitstraald, toch echt voor grote gedeelten in onrust en onvrede leeft!
We hebben helaas weer een strijdt met Bara deze ochtend. Hij vertikt het weer om zijn brood met melk te eten, terwijl we weten dat als we hem nu een visje voor zouden schotelen, hij dit wel meteen naar binnen zou werken. We gaan hem dus maar weer voeren, maar echt een leuk begin van de dag is het niet.
Als we aanrijden is het op onze horloges 08.30u. We zijn een beetje in de war met de tijd hier in Soedan, want het blijkt dat ze twee verschillende tijden hanteren. Toen we het de eerste keer navroegen was het hier twee uur later, maar dat is dus de tijd die de regering gebruikt. De lokale tijd is blijkbaar 1 uur vooruit op Tsjaad en we hebben gisterenavond besloten om dan maar deze tijd aan te houden.
We hebben bij verschillende mensen nagevraagd wat de beste en veiligste route is naar Khartoum. Allemaal hebben ze het over de route via Zalingei, Nyala, Babanusa en El Obeid en dus niet de rechtstreekse route via El Fasher en dus besluiten wij om ook deze route te nemen.
De weg naar Zalingei neemt veel tijd in beslag, maar is wel enorm mooi. Het is een echte off-road route, zoals we in Nederland gewent zijn bij een terreinrijddag. Het verschil is alleen dat wij het zien als de gewone weg die we af moeten leggen. We schakelen dus pas over naar zijn 4-wiel als er echt moeilijke stukken komen en proberen toch wat snelheid erin te houden.
De omgeving waar we doorheen rijden is echt met geen pen te beschrijven! We dachten dat we al veel moois gezien hadden, maar worden toch steeds opnieuw weer verrast met landschappen die nog mooier zijn! We komen steeds meer in bergachtig terrein te rijden en door de eerste regens die gevallen zijn is er op sommige plaatsen al een fris groen weidelandschap ontstaan. Het lijkt soms net of we in de alpen rijden, alleen de kamelen en rieten hutjes herinneren ons aan Afrika.
The track near Zalingei

|
Een kilometer of 16 voor Zalingei duikt een enorme rivierbedding op. Gelukkig zijn wij het regenseizoen net voor en staat er dus nog geen water in. Wel lopen er al wat moddersporen en halverwege de bedding heeft een grote bus zich dan ook vastgereden. Van de andere kant komt een andere grote bus vol met bagage en mensen erin en op het dak, ons tegemoed. We laten hem eerst voor gaan en bekijken hoe hij zich er met moeite doorheen worstelt. Dan is de weg vrij voor ons en kan onze auto laten zien wat hij kan. We nemen hetzelfde spoor als de bus, best diep voor ons, maar het lijkt de beste optie. Gelukkig rijdt Morten ons er zonder al te veel problemen doorheen en staan we zo aan de andere kant van de rivier. We rijden daarna verder, want de bus die vaststaat heeft genoeg pasagiers en onze hulp hebben ze dus niet nodig.
Net voor Zalingei staan wat hutjes en gebouwtjes langs de weg. Ook liggen er wat houtstronken wat lijkt op een kleine barriere, maar we kunnen er makkelijk tussendoor en rijden dus gewoon verder. Dit hadden we dus niet mogen doen! We horen wat geroep achter ons, maar dit gebeurt vaker en dus reageren we er niet op. We rijden op ons gemakje verder en bewonderen een leopardtank die een eindje verderop staat. Dan komt er een man achter onze auto aangerent en gebaart dat we om moeten draaien. Omdat we niet meteen reageren wordt hij echt kwaad en snel draaien we dan toch maar om en rijden terug. We weten eerst niet zo goed waar we heen moeten, maar dan komt al gauw een man naar ons toe lopen. Hij vertelt dat we de immigratie voorbijgereden zijn en dat we ons hier moeten registreren. Hij snapt niet dat dit niet duidelijk was voor ons en vertelt ons dat dit in Soedan heel normaal is. We bieden maar snel onze excuses aan en gelukkig is hij er verder ook niet kwaad om. Hij schrijft wat gegevens over uit onze paspoorten en al snel kunnen we weer omdraaien en onze weg vervolgen.
Net buiten Zalingei gaat de weg over in een asfaltweg! Echt lekker rijdt het niet want natuurlijk zit hij vol diepe gaten. Even later moeten we de weg verlaten omdat ze het asfalt aan het repareren zijn. Gelukkig wordt het er daardoor wel beter op, want de track die naast de weg loopt is erg goed en we kunnen dus weer even wat meer snelheid maken (50-70 km per uur).
Opeens schiet bij Morten de vraag door zijn hoofd waar we het invoerdocument van onze elektrische apparaten gelaten hebben. Hij zoekt op alle waarschijnlijke plekken, maar kan hem dus niet vinden! We zijn benieuwd wat dit bij de uitgaande grens voor problemen gaat opleveren, maar gaan ons er nu maar verder geen zorgen meer om maken.
Omdat we alweer een lange vermoeiende autorit achter de rug hebben, rijden we rond vijf uur een gravelpad naast de weg in. We parkeren de auto op een grasveld bij wat grote bomen en zetten de klep zo dat we uitzicht hebben op het berglandschap.
Terwijl Morten wat voor de website gaat werken op de laptop, maak ik couscous met een mango-honingsaus. Als de schemering valt, begint om ons heen het gezoem van honderden muggen. Dit is lang geleden, want de laatste tijd is het veel te droog en heet geweest voor deze irritante beestjes. Sinds lange tijd slapen we dus maar weereens onder de klamboe en gaan een frisse nacht tegemoed