Mali, deel 1
created on:
2002-04-18
Dag 56, zaterdag 16 maart 2002

We worden door de douanebeambte uitgenodigd om nog een dag te blijven, maar voor ons is hier verder weinig te beleven, dus dat doen we toch maar niet. Voordat we aanrijden geven we nog Morten's oude visitekaartje en krijgen we het telefoonnummer van de douane. De man is met name geinteresseerd in mij, Sas, maar we kunnen er wel om lachen.
We nemen afscheid en rijden aan richting Bafoulabe. We willen eigenlijk niet te ver rijden, want Morten's darmen voelen niet goed aan en ik ben ook nog steeds niet lekker.
Als we om ons heen de bergen zien en we zien een weggetje dat een berg op gaat, besluiten we dit paadje eens te volgen. We stijgen langzaam naar meer dan 400 meter hoogte en genieten van de geweldig mooie omgeving en de rotsen. Het zou hier een enorm klimparadijs kunnen zijn en we dromen weg bij het idee van een camping met zwembad naast deze geweldige rotspartijen....
Omdat we nog niet echt een schaduwplaatsje kunnen vinden met mooi uitzicht, rijden we nog wat door. We komen wat kleine huttendorpjes tegen en worden overal vriendelijk begroet. In een dorpje vraagt een jongen een lift naar Bamako, hij is artiest, woont in dit dorpje en werkt in Bamako. We leggen uit dat we hem wel een stukje mee willen nemen, maar dat we nu niet helemaal naar Bamako rijden omdat we snel een rustig plaatsje willen zoeken.
Op het moment dat Morten dit aan het regelen is, staan er wat kinderen naast de auto met mango's. Ik ruil met een jongetje zijn mango voor een pen en we moeten er allebei om lachen.
Onze lifter, Diali, neemt met tranen in zijn ogen afscheid van zijn moeder en zijn verdere familie en vrienden. Onderweg stoppen we om bij twee meisjes lege flessen te laten vullen met verse melk en ook krijgen we van een jongen twee papaya's. Over een dag of twee zijn ze rijp, dus we zijn benieuwd want deze vrucht hebben we nog nooit op.
Na een flinke rit komen we in een dorpje, Nanifarua, waar nog familie van Diali woont en we stoppen hier om kennis te maken met de mensen en wat te eten. Omdat we aangegeven hebben dat we erg moe zijn, kunnen we eerst in een hutje op een matras wat rusten. Daarna wordt het eten gebracht, rijst met balletjes, het lijken gehaktballetjes maar al snel proeven we de graten en weten we dat het vis moet zijn. We eten voor het eerst zonder bestek en dus met onze rechterhand. Nou, zeker met die rijst valt dat niet mee!
Als we voldoende op hebben, moeten we mee naar het dorpshoofd. We laten het allemaal maar over ons heenkomen en lopen met een man mee. Natuurlijk is heel het dorp uitgestroomd en zijn we de bezienswaardigheid van de dag. In het hutje van het dorpshoofd zit het vol met mannen, we worden begroet en mogen gaan zitten. Dan komt ineens de vraag wat de reden van ons bezoek is en wil hij ons visum zien. Eigenlijk vinden we het flauwekul, maar we doen maar wat hij wil, want we hebben beiden geen fut om tegen te sputteren.
Ondertussen is Diali met zijn trommel naar een andere kant van het dorp gegaan om te gaan spelen. Als we dichterbij komen horen we al de ritmische klanken van de trommels en het gezang van vrouwen. Onder een grote boom staat een hele groep vrouwen en kinderen. In de cirkel staan wat oudere vrouwen te dansen en zingen en op krukjes zitten een paar jongens, waaronder Diali, te spelen op hun muziekinstrumenten. Het is een soort ceremonie voor, wat wij begrijpen, de kinderen. We worden nieuwschierig aangekeken en even later wordt ik door een vrouw en meisje de kring ingetrokken om mee te dansen! We vragen of we video-opnamen mogen maken, want dit is natuurlijk wel uniek en het is gelukkig geen probleem.
Na dit schouwspel gaan we de auto in orde maken om wat te rusten, want we voelen ons nog steeds niet lekker. Helaas worden we hier ook continu lastig gevallen door hordes kinderen, die gewoon onbeschoft opdringerig zijn en ons niet met rust laten. We balen eigenlijk dat we gezegd hebben dat we in het dorp blijven slapen en hebben er even goed de pest in.
's Avonds eet ik, Sas, nog een soort rijstepap, Morten neemt niets omdat zijn maag nog steeds opstandig is. We laten zien hoe we thee zetten met onze vulcanoketel en gaan daarna al vroeg de auto in. Voor de mensen erg vreemd, want ook 's avonds is er nog een feest, maar we hebben het helemaal gehad en willen rust. Ook als we in de auto liggen, we hebben deze zoveel mogelijk geblindeerd, horen we nog steeds het geroezemoes van kinderen om ons heen en onrustig vallen we in slaap.
Dag 57, zondag 17 maart 2002

Gelukkig hebben Morten's darmen zich rustig gehouden vannacht. We staan vroeg op, frissen ons op en nemen afscheid van Diali's familie. Voor we wegrijden worden we nog even apart in een hutje geroepen en daar wordt aan ons gevraagd of we wat geld willen geven om o.a. tabak van te kopen. We vinden het moeilijk, maar geven niets. Gisteren heeft de man namelijk steeds tegen ons gezegt dat we vrienden zijn en nu gaat hij toch weer zeuren om geld. Ondanks het feit dat we hier een mooie ceremonie hebben meegemaakt, voelen we ons niet fijn in dit dorpje met deze mensen en willen we allebei gewoon snel weg.
Om 8.00u rijden we via een enorm mooie route door de heuvels en via allerlei kleine huttendorpjes naar Manantali. Hier doen we boodschappen op de markt en eten we een omelet in een restaurantje. We kijken of we een taxi voor Diali kunnen regelen naar Bamako, want zelf willen we een rustig plekje gaan zoeken. Helaas lukt dit niet en dus besluiten we om verder te rijden naar Kita, een grotere plaats waar wel taxi's vandaan vertrekken. Zelf kunnen we dan daar ergens kijken voor een mooie overnachtingsplaats. Volgens Diali zijn er rondom Kita nog steeds rotsen, dus daar hopen we maar op.
We rijden meer dan 100 kilometer over een weg die volgens Diali steeds beter moet worden. Met name het laatste gedeelte bestaat echter uit 'wasbord' waarbij we helemaal wegtrillen. Vaak zijn er bij dit soort wegen alternatieve routes naast de weg ontstaan, maar die zijn hier helaas bijna niet te vinden. Dan kun je nog beter zo'n off-road route hebben, dat is tenminste nog leuk rijden, maar hier worden we niet vrolijk van.
In Kita gaan we eerst tanken. Diali vraagt of we de tank voor 10.000 CFA vol willen hebben of 20.000, maar wij zeggen dat we hem gewoon helemaal gevuld willen hebben. Even later begrijpen we wat hij bedoeld heeft, want we komen nu op een bedrag uit van 22.300 CFA en als we met 30.000 CFA betalen, blijkt dat ze dus geen wisselgeld hebben! Omdat we nog wat flessen water willen hebben, komt Diali met het idee om dan met een briefje van 10.000 water te halen, zodat het geld gewisseld wordt en wij de rest weer terug kunnen krijgen.
Als Diali op pad gaat voor het water en Morten het oliepeil gaat controleren, komen we erachter wat het vreemde geluid is geweest wat we op het laatst hoorden. Dit keer is namelijk de andere accu-ophanging losgetrilt!!! We zetten hem voorlopig met een tie-rapje vast, want de bout zijn we kwijt.
Somewhere along the road...

|
Als we Diali bij de taxistandplaats afgezet hebben gaan wij op zoek naar water om de tank te vullen. Al snel vinden we een put met kraan, waar een vrouw zelf een emmer aan het vullen is. Het kraantje werkt met een sleutel en als we onze jerrycan leeggegoten hebben in de watertank en we hem opnieuw willen vullen is de vrouw weg. Gelukkig staat er een jongetje die snel voor ons op zoek gaat naar de sleutel. We vullen de tank nog twee maal en geven hem als bedankje een pen waar hij heel gelukkig mee is.
Net nadat we Kita uitrijden worden we nog aangehouden bij een politiepost. De man vraagt op zeer onvriendelijke wijze waar we vandaan komen, waar we naar toe gaan en wat onze plannen zijn. Als we zeggen dat we een stukje buiten het dorp naar de rotsen willen rijden, begint hij te zeuren over het feit dat hier leeuwen zijn die mensen eten (rondom Kita komen helemaal geen leeuwen voor!). Hij krijgt gelukkig al snel door dat we niet onder de indruk raken van zijn autoritaire gedrag en dus laat hij ons maar doorrijden.
En zo is het alweer na zessen als we een mooi plaatsje dicht bij de rotsen vinden, waar we ons 'kamp' opmaken voor de nacht.
Dag 58, maandag 18 maart 2002

Net als ik, Sas, uit de auto ben, komt er een man naar mij toegelopen. Zo blijkt maar weer dat je in Afrika vrijwel nergens alleen bent. Hij maakt mij duidelijk, terwijl hij geen frans spreekt, dat de plaats waar we nu staan in de middag enorm heet gaat worden en dat we beter een stukje door kunnen rijden naar de rotsen onder een boom. Hij gebaart dat ik mee moet lopen en laat aan mij het pad zien dat we kunnen volgen, ondertussen wat takken met stekels opzij leggend. Terug bij de auto geven we hem wat drinken en een stukje stokbrood en even later wandelt hij vrolijk lachend weer terug naar zijn dorpje.
Tussendoor krijgen we steeds bezoek van wat mannen. Ze lopen langzaam op ons af, zeggen gedag en blijven dan rustig een half uur staan kijken naar ons. We merken aan onszelf dat we moe zijn en juist even rust willen en dus schenken we er niet veel aandacht aan en gaan gewoon ons eigen gang. We kunnen tenslotte ook niet iedereen uitnodigingen voor de thee...
Als we gaan koken snijden we een papaya open. Het vruchtvlees is vrij hard en er zit niet veel smaak aan. We besluiten om het dan maar samen met wat aardappel en mango te bakken en zo zitten we even later een lekker groenteprutje te eten.
Na het eten worden we weer begroet door een groep kinderen. We geven ze een fles melk, die we nog hebben van twee dagen geleden. De fles heeft in de zon gestaan en is helemaal gaan schiften, voor onze maagjes dus echt niet meer geschikt. De kinderen maken de fles meteen open en delen alles met elkaar helemaal op. We vinden het leuk om de blije gezichtjes te zien, maar hopen ook dat hun magen hier wel tegen bestand zijn.
Als het aan het eind van de dag wat af begint te koelen, pakken we voor het eerst deze reis onze klimschoentjes om wat te boulderen bij de rotsen achter de auto. Nou, dat valt niet mee, want de spieren zijn al snel verzuurt, dus blijft het bij een paar passen, maar leuk is het wel!
's Avonds voelen we ons toch weer zwakjes en merken we dat we weer heel rustig aan moeten doen. We denken dat we misschien toch een tekort hebben aan bepaalde voedingsstoffen. Fruit en groente eten we genoeg, maar vlees, vis en melkprodukten bijna niet. Er is namelijk wel aan vlees te komen, maar dan koop je een halve koe die je zelf verder moet bereiden en dat lukt ons toch echt niet. In Niger konden we vorig jaar 'brochettes' kopen, een soort satestokjes met vlees, en ook konden we daar op straat zakjes met yoghurt kopen. We hopen hier snel ook zoiets te vinden.
Dag 59, dinsdag 19 maart 2002

We hebben een slechte nachtrust gehad. Ik, Sas, ben er vannacht uit geweest om over te geven en ook waren mijn darmen van streek. Als ik 's ochtends wakker wordt voel ik me nog steeds flink beroerd en blijf dus maar op bed liggen. Na een tijdje komt al het water wat ik gedronken heb er weer uit, maar gelukkig heb ik geen koorts en lucht het overgeven wel wat op.
Ook Morten is in een niet al te beste stemming. We hebben nu, na ruim twee maanden, onze eerste echte dip en kunnen elkaar er ook even niet uit helpen. Bij Morten komt het o.a. ook door het klimmen van gisteren, wat bepaalde herinneringen aan thuis heeft opgeroepen. Verder weten we niet zo goed wat Mali ons te bieden heeft en merken we dat het landschap en het reizen gewoon beginnen te worden. Omdat we lichamelijk ook niet fit zijn, is het allemaal even teveel.
Morten werkt nog wat achter de laptop en klust aan de auto. Ook vandaag komen er weer veel mensen 'op bezoek', maar daar hebben we nu helemaal geen behoefte aan.
Aan het eind van de dag gaan we nog aan de gang met de vetspuit om de nippels van de assen te vetten. De spuit werkt helaas niet echt goed en dus zit er meer vet op ons dan dat er in de auto terecht komt. Het maakt onze stemming er niet echt beter op...
Dan komt Morten met het plan om een oud videotapeje te bekijken van de aankoop van de toyota. Dit is toch wel erg leuk, al roept het natuurlijk nog meer herinneringen op als we Juri?n, Martin, Rob's en William weer terugzien op onze 'TV'.
Dag 60, woensdag 20 maart 2002

Gelukkig voel ik, Sas, me vanochtend wat beter en dus pakken we de auto in en rijden om 9.00u van de mooie rotsen weg naar Kita. We zetten de auto bij een pleintje en gaan inkopen doen op de markt. Toevallig is het vandaag 'marktdag' wat betekent dat het erg druk is, maar ook wel erg gezellig. We kunnen op ons gemakje rondstruinen en genieten van het plaatsje. Jam kunnen we wederom niet vinden, maar dit keer lopen we wel pindakaas tegen het lijf! Voor 100 CFA (ong. 15 eurocent) wordt vanuit een grote kom een plastic zakje gevult. Ook kunnen we bij een kleine 'slager' vlees in blokjes laten snijden, en hebben we dus eindelijk het vooruitzicht van saus met vlees voor ons middageten.
Het valt ons op dat hier veel mensen zijn die geen frans spreken, maar alleen hun stamtaal. Daar staan we toch van te kijken, want in Senegal zijn we dit niet tegengekomen. Wel doen de mensen hun uiterste best om ons te helpen en laat Kita een goede indruk op ons achter.
Terug bij de auto leggen we wat dingen in de koelkast en doen de pindakaas meteen in een lege pot. Ineens staat er een blanke jongen op een motor naast onze auto en worden we in het nederlands aangesproken. We kletsen wat en hij vraagt aan ons of hij met ons mee kan rijden naar Bamako. Omdat we toch geen planning hebben zeggen we hem dat dit geen probleem is en zo rijden we even later achter hem aan naar zijn huis om zijn spullen te pakken. Het blijkt dat hij malaria heeft en er bijna vanaf is, maar dat hij in Bamako naar het ziekenhuis wil om zijn bloed nogmaals te laten testen. Op het moment is zijn vriendin in nederland en is hij dus alleen in Kita, als hij ons niet was tegengekomen had hij vanavond de trein moeten nemen.
De weg naar Bamako neemt een paar uur in beslag en bestaat helaas ook weer uit grote stukken 'wasbord'. Het is wel erg gezellig, we kletsen veel en het is ook fijn om weereens nederlands te kunnen praten. We stoppen onderweg nog om wat brood te eten en bij een taxibus die problemen heeft en een krik nodig heeft. Ze zijn ons erg dankbaar, want zonder onze hulp had het nog lang kunnen duren voor ze.
De jongen, Michiel, biedt ons aan om in Bamako te kijken of we kunnen slapen in een woning van zijn organisatie, waar hij zelf ook zal slapen. De ruimte is vrij en dus kunnen we in ieder geval vanacht hier overnachten. Als er geen andere mensen komen, kunnen we eventueel ook langer blijven. Voor ons is dit natuurlijk heerlijk en komt het precies op het goede moment. Dit kan ook gewoon geen toeval zijn!! Michiel kon een lift naar Bamako perfect gebruiken en wij kunnen, zeker nu we een beetje een dip hebben, wel even wat luxe gebruiken.
We nemen een heerlijke frisse douche en maken het bed klaar voor vanavond. Eigenlijk willen we uit eten gaan, maar ik, Sas, voel me weer beroerd. Als ik op bed ga liggen en mijn temperatuur opneem, blijkt dat ik toch wel wat koorts heb en ook zijn mijn darmen weer van streek.
Terwijl Sas op bed ligt, willen Michiel en ik eten koken. Onze pogingen worden echter niet gestimuleerd door de apparatuur, want het fornuis dat in het huis aanwezig is heeft een kapotte koppeling voor de gasfles en ons kooktoestel stelt ons teleur met slechts een gele vlam en wat geplof. We zijn nu echter in Bamako en Michiel kent hier op loopafstand een hamburgertentje!!! Hoewel Sas er 's-middags ook veel trek in had toen Michiel hierover vertelde, moet ze er nu niets van hebben. Michiel en ik zitten een half uurtje later aan tafel een lekker broodje hamburger met ei, friet en saus te eten, hmmmmmm.
Onze auto staat nog steeds op straat, en de vrouw des huizes waarschuwt ons dat hij daar niet veilig staat vanwege de spullen op het dak. Een collega van Michiel heeft een huis met een binnenplaats en een nachtwacht en dus brengen we de auto daar naar toe, in de hoop dat hij daar niet geplunderd wordt. Voordat we echter bij de collega, Sean, een canadees, de auto parkeren brengen we eerst nog een bezoek aan een ander nederlands stel dat ook vanuit nederland hierheen is gereden met een toyota 60 serie. Ze slapen in een ander huis van International Services, de organisatie waar Michiel voor werkt. Ze zijn erg blij, want het is hen vandaag gelukt om de auto te verkopen en dus kunnen ze met een gerust hart van hieruit het vliegtuig naar Nederland nemen.