Mali, deel 3
created on:
2002-04-18
Dag 67, woensdag 27 maart 2002

Vandaag gaan we dan toch echt vertrekken uit Bamako. We leggen alvast onze spullen bij elkaar en nemen een taxi naar het huis van Sean om onze auto op te halen. Helaas is Sean er zelf niet en vinden we een briefje van hem op de poort, dat hij gisterenavond nog is langs geweest, maar dat de deur toen op slot was.
Als we de auto ingepakt hebben rijden we eerst nog even naar een grote supermarkt om wat inkopen te doen. Je hebt hier alles wat je ook bij ons in een supermarkt hebt, dus het is erg verleidelijk om in te slaan. Maar als we de prijzen zien van bijvoorbeeld de kaas (10 tot 20 euro per kilo), dan bedenken ons toch maar en houden het bij toiletpapier en honing.
Als we door het centrum van Bamako rijden en we er bij een stoplicht achter komen dat we toch bij de verkeerde afslag staan, rijdt Morten snel de auto naar de afslag voor rechts. Helaas vindt een ?vriendelijke? agent dat we hierbij een verkeersregel overtreden en worden we tot stoppen gemaand. Als hij naar onze verzekering kijkt, begint hij ook nog eens daar moeilijk over te doen. Volgens hem is onze verzekering alleen geldig in Senegal, maar ons maakt hij niet bang en we leggen netjes uit dat het een verzekering is voor meerdere afrikaanse landen. Voor de verkeersovertreding wil hij dat we 5000 CFA (ong. 7 euro) betalen. We hebben hier geen zin in en Morten legt hem op zijn beste frans uit dat we het prima vinden dat hij een waarschuwing geeft, maar dat we het erg flauw vinden dat hij ons een boete geeft. Uiteindelijk mogen we onze weg vervolgen zonder te betalen, dus daar komen we weer goed vanaf!
We willen vandaag tot vlakbij Segou rijden, zodat we daar ergens in 'de brousse' (in het wild) kunnen slapen en morgenochtend dan de stad kunnen bezoeken. Tot onze verbazing is de weg enorm goed. Michiel had ons al wel verteld dat de wegen verder in goede staat zouden zijn, maar dit hadden we niet verwacht. Het is ontzettend nieuw asfalt, waar helemaal geen gaten inzitten, dus dat rijdt wel lekker door.
Onderweg stoppen we in een heel klein plaatsje om wat te eten. We denken dat we in een restaurantje zijn, maar het blijkt de plaatselijke slager te zijn. Als we vertellen dat we wat willen eten, gaat hij meteen naar de overkant van de straat om voor ons twee bordjes rijst met saus te halen. Bij hem kunnen we nog wat vlees krijgen en zo hebben we uiteindelijk toch weer een lekker maal.
Onderweg kopen we nog brood en gaan op zoek naar zakjes met poeder om limonadesiroop mee te kunnen maken. We hebben dit bij Michiel gezien en het is ideaal om weereens wat afwisseling in smaak te krijgen, het water zijn we nu wel beu en de isostar is te duur om zomaar op te drinken. Uiteindelijk vindt Morten bij een winkeltje wat zakjes, maar helaas hebben ze alleen citroensmaak.
Een kilometer of tien voor Segou rijden we een pad in en vinden we een mooi plekje in de natuur. Natuurlijk zijn we niet lang alleen, want als Morten het slot van de achterdeur probeert te repareren, staan er al snel drie kinderen nieuwschierig bij te kijken. We moeten er wel mee lachen, want ze zijn heel vrolijk en proberen ons ook wat woordjes in hun taal te leren. Een van de meisjes haalt een mango voor mij, Sas, uit haar tas en wij geven hen alledrie een pen. Ze laten hun schriften van school zien en uiteindelijk gaan ze vrolijk lachend op weg naar hun dorpje.
Na 7 nachten in het huis in Bamako, slapen we eindelijk vanavond weer een keer in ons autootje en we zijn benieuwd hoe dat weer gaat bevallen...
Dag 68, donderdag 28 maart 2002

Het is heerlijk om wakker te worden met het gefluit van vogels en het slapen in de auto bevalt weer prima. We hebben het zelfs een stuk minder warm gehad als in het huis!
Vroeg wegrijden komt er niet van, want als we wat spullen uit het kastje pakken, komen we erachter dat er weer wat losgetrilt is en er een plank uit zijn voegen hangt. Morten gaat aan het repareren, terwijl ik zorg voor een ontbijtje. Na het kastje is de autoradio aan de beurt. Er is een zekering kapot, maar als deze verwisseld is wil hij het nog niet doen. Het blijkt dat het frontje kapot is en dus zetten we het maar vast met tape en zien we wel hoe lang dat het houd.
The river Niger near Segou.

|
Uiteindelijk rijden we pas om 10.00u aan richting Segou. Via een mooie laan met groene bomen en grote panden rijden we het stadje binnen. We zetten de auto bij een marktje neer en wandelen wat rond. Via allerlei kleine straatjes komen we bij het water waar piroques liggen, mannen aan het vissen zijn en vrouwen de was aan het doen zijn.
We vinden in een winkeltje de zakjes met poeder voor de limonadesiroop in allerlei smaken en gaan daarna in een restaurantje wat eten. Dit keer geven we iets meer uit en eten lekker vlees en vis met groente en een mentholsiroop. Onderweg komen we gaas tegen en kopen een stuk om voor de radiator van de auto te bevestigen. Dit is een tip die we van Milko gehad hebben, want hij heeft door steenslag een kapotte radiator gekregen.
In de middag vervolgen we onze weg, over nog steeds goed asfalt, richting Djenne. We besluiten om net na San van de hoofdweg af te gaan en een kleinere route te nemen. Volgens onze Michelinkaart een track, wat dat wil zeggen weet je nooit, dus we wachten maar af.
Gelukkig is het een erg goede, onverharde, weg en over een dijk rijden we langs rijstvelden die nu droog staan, maar in het regenseizoen volop in gebruik zijn. Al snel komen we bij het water, waar we even denken dat we niet verder kunnen. We zien in eerste instantie alleen maar piroques liggen, maar al snel wordt duidelijk dat ze ook een pont hebben voor de auto's. We zijn de enigen, maar zonder problemen wordt het pontje gestart en binnen enkele minuten staan we al aan de overkant. We worden uitgezwaaid door de vriendelijke mensen, die hier waarschijnlijk niet veel blanken zien, en vervolgen onze weg.
Het is heerlijk rustig en na een tijdje vinden we een mooi plaatsje onder een baobabboom, waar we de auto neerzetten voor de nacht.
Dag 69, vrijdag 29 maart 2002

Ook deze ochtend maken we gebruik van de relatieve koelte (een graad of 35) en doen we weer veel. Morten knipt het gaas op maat voor de radiator en bevestigt het met tie-raps, terwijl ik de auto weer wat opruim. Verder maakt hij het luchtfilter nog schoon met de compressor, iets dat hard nodig is na al dat stof van de laatste tijd!
We vervolgen onze weg en als we bij een dorpje een afslag nemen gaat de onverharde weg over in een smal pad met wat mullere grond. Het is een geweldig mooie route en we rijden door allerlei kleine huttendorpjes, waarbij de mensen echt gemeend lachen en naar ons zwaaien als we langs rijden.
Rond de middag vinden we een mooi plaatsje in de schaduw onder een mangoboom (ja, ja, we zijn voorzichtig met onze nieuwe voorruit!). Na het koken, het kooktoestel blaakt gigantisch, maar ja, we doen het er toch maar even mee, blijven we lekker onder de boom liggen en besluiten dat dit toch wel een geweldig mooie plaats is om te blijven staan.
En zo brengen we de rest van de dag dus door tussen de koeien, geiten en vogels en met het geluid van trommels in de verte. We bedenken ons dat het toch heerlijk is om geen auto's of vliegtuigen te horen en vinden dat we het toch zo slecht nog niet hebben......
We lezen wat, werken achter de laptop en voor het eerst deze reis komt de stok kaarten te voorschijn en kan ik mijn spel-kwaliteiten aan Morten laten zien.
Gelukkig zijn we allebei weer een stuk aangesterkt en kunnen we dus volop genieten. Het is jammer dat we geen brood meer hebben, want anders zouden we hier nog wel wat dagen door kunnen brengen. Maar ja, als het goed is staat ons nog veel meer moois te wachten en zullen we morgen dus toch maar onze weg vervolgen.
Dag 70, zaterdag 30 maart 2002

Na een onrustige nacht worden we 's ochtends op onze normale tijd, 7.00u, wakker. Morten heeft veel liggen woelen en het is rond een uur of 2.00 gaan regenen en onweren, waardoor we ook een tijdje wakker gelegen hebben.
Als we nog in de auto liggen komt er een man naar ons toe. Hij spreekt geen frans en komt gewoon even bij ons kijken en gedag zeggen. Als we later de auto aan het klaarmaken zijn voor vertrek, komt hij weer naar ons toelopen. Hij heeft drie casaves (tenminste we denken dat het dit is) bij zich en geeft deze spontaan aan ons kado! We willen nog kijken wat we hem terug kunnen geven, maar hij is alweer vertrokken. Dit is echt een mooi begin van de dag!
We rijden via de track die we gisteren begonnen zijn verder, waarbij we gebruik maken van de GPS om onze route te volgen. Het is wederom erg mooi en we hebben het idee dat het landschap door de regenbui van vannacht al een beetje groener is. We zijn blij dat we deze track genomen hebben en niet de hoofdweg zijn blijven volgen. Zo hebben we een goede afwisseling in asfaltwegen waar we lekker door kunnen rijden en off-road routes waar we langer over doen, maar wel de kwaliteiten van onze auto volledig kunnen benutten.
Crossing the Niger with our Toyota.

|
Een kilometer of 15 voor Djenne zwaait een man naar ons en gebaart ons of we willen stoppen. Hij staat met een volbepakte fiets langs de kant van de weg en moet ook naar Djenne. Als hij uitlegt dat hij erg moe is en vraagt of we hem mee willen nemen, kunnen we dit niet weigeren en zo rijden we even later met een fiets op het dak en een boel tassen achterin weer verder.
Om bij Djenne te komen moeten we door het water van de Niger, die hier uitgewaaierd is in een groot deltagebied. In eerste instantie moeten we een klein stukje water (slootje) overbruggen, maar dit gaat maar net goed. We hebben de auto nog gewoon in 2-wielaandrijving staan en midden in de plas zakken de achterwielen weg. Gelukkig heeft Morten ondertussen ervaring genoeg en stopt hij de auto meteen. We zetten de wielen in lockstand, schakelen de auto om naar 4-wiel en binnen de kortste keren staan we aan de andere kant op het droge. Dit soort momenten zijn even spannend, maar ook wel erg leuk. Jammer genoeg ben ik het vergeten op film vast te leggen.
Omdat er geen brug of pont te vinden is om de Niger over te steken, moeten we uiteindelijk met onze auto door de rivier! Ik, Sas, loop er eerst doorheen om te kijken hoe de bodem aanvoelt en hoe diep het is. Daarna gebaar ik naar Morten dat het geen probleem is en rijdt hij er met een rotvaart doorheen. We hebben grote lol en zijn blij dat we niet via de hoofdroute gereden zijn, maar deze track hebben genomen.
man eruit en zijn fiets van het dak. Hij vraagt nog wat hij ons verschuldigt is, nou helemaal niets natuurlijk! Hij is erg blij dat we hem hier gebracht hebben en als dank geeft hij ons een geknoopte doek vol pinda's.
We lopen het dorpje in en worden al vrij snel aangeklampt door een jongen die onze gids wil zijn. We wisten dat dit zou gebeuren, maar hadden samen al afgesproken dat we hier geen geld aan uit wilden geven.. We zeggen dus meteen nee, maar hij is erg volhardend en blijft wel 10 minuten met ons mee lopen. Ondertussen doen wij alvast wat boodschappen op een klein marktje en gaan dan op zoek naar eten. Uiteindelijk krijgt hij toch wel door dat we echt geen interesse hebben en druipt hij af en gelukkig worden we de rest van de dag met rust gelaten.
Helaas is er wat eten betreft op straat niets te vinden en moeten we toch naar een restaurant. We eten onze buiken helemaal vol met friet, gefrituurde banaan en een heerlijke kip en gaan daarna terug naar de auto waar we lekker wat rusten en het eten laten zakken. We laten de deuren van de auto open omdat het ontzettend warm is en al snel staan er kinderen bij de auto te zeuren om een kado. Gelukkig worden we hier steeds harder in, je moet wel, en dus negeren we ze en dutten lekker door.
Na een uurtje pakken we onze rugzakken en gaan een wandeling maken door Djenne. Het dorp is met name beroemd omdat het het grootste 'mud-brick' gebouw van de wereld heeft: een enorme moskee. Deze moskee is dus helemaal gemaakt van stenen die van klei zijn! Vanuit de muren van de moskee steken houten balken, die onderdeel zijn van het houten frame. Deze architectuur van houten balken en gladgestreken kleimuren kom je veel tegen in Mali en geeft een heel appart aanzien.
Aan het eind van ieder regenseizoen is het hele dorp in touw omdat dan het zachte modderpleisterwerk dat over de stenen is aangebracht, vernieuwd moet worden.
De moskee is erg mooi om te zien, maar helaas mag je als niet-moslim niet naar binnen en blijft het dus bij een bezichtiging van de buitenkant.
We lopen nog wat door de steegjes en hebben het na een uurtje wel gezien. Als we net wegrijden met de auto, komt ons een andere landcruiser tegemoed (9 van de 10 auto's die hier rijden zijn toyota landcruisers) en worden we aangesproken. De man vraagt of onze auto te koop is en weer leggen we ons verhaal uit. Hij is wel erg vriendelijk en legt ons uit dat hij met toeristen op pad gaat en dat onze auto daar perfect voor geschikt is. We schrijven zijn naam en telefoonnummer op, al denken we dat we er niets mee zullen doen.
We twijfelen iedere keer weer over wat we zullen doen met de auto, de ene keer weten we zeker dat we onze auto niet verkopen, de andere keer denken we erover dat het toch wel interessant kan zijn. Als we de auto hier verkopen, hoeven we niet helemaal dezelfde weg weer terug en kunnen we dus ook langer op andere plaatsen in afrika blijven. We zullen wel zien hoe het loopt en hoe de auto er over 10 maanden aan toe is.
Via een andere route rijden we Djenne uit en komen bij de rivier waar ook een pont vaart. Deze is echter net weg en als we langs de kant staan te wachten, zien we een paardenkar gewoon door het water rijden. Wat hij kan kunnen wij ook en dus gaat Morten eerst zelf op onderzoek uit. Al snel staan er wat jongens bij ons die wel als gids dienst willen doen en ons door het water willen leiden voor 1000 CFA. We vinden dit erg duur en komen na een korte onderhandeling uit op 500 CFA en een kado. Het is een stuk avontuurlijker dan met de pont en zo rijdt onze auto voor de tweede keer deze dag door de Niger!
We rijden nog een klein stukje door en vinden dan al snel weer een erg leuk plaatsje voor de nacht, aan een grote vlakte waar koeien lopen te grazen.
Dag 71, zondag 31 maart 2002

Om 8.45 u rijden we weg bij onze slaapplaats en na 2 uurtjes komen we aan in Mopti. We willen rustig wat rondlopen door het stadje en bij het water gaan kijken, maar jammer genoeg komt daar weinig van terecht. We hebben de auto nog niet geparkeert of we worden al bestormt door verschillende jongens. Ze beginnen allemaal een verhaal af te steken, de een zegt dat we met hem naar het politiebureau moeten om ons te laten registreren (echt flauwekul), de ander zegt dat hij mooie piroquetochten kan regelen etc. We laten duidelijk merken dat we niet geinteresseerd zijn en als ze dan nog met ons mee blijven lopen, negeren we ze zo goed en kwaad als het kan. Al snel druipen er een paar af, maar twee jongens zijn erg volhardend en laten ons niet met rust. Het is overduidelijk dat Mopti een stad is waar veel toeristen komen, maar wij vinden er zo niets aan en besluiten dus om maar weer terug te gaan naar de auto.
Net op dat moment stopt er een bus met blanken en komt er een man naar ons toe. Hij vraagt of we naar de Dogon willen en als we dit bevestigen zegt hij dat de gids die zij hebben, erg goed is en als we willen kunnen we met hem praten. We hebben via Michiel al de naam van een goede gids doorgekregen, maar het kan natuurlijk geen kwaad om eens te praten en te kijken wat hij vraagt.
We gaan een gebouwtje binnen en al snel staan er meerdere mensen om ons heen. In eerste instantie praten we met de gids en leggen we uit dat we een dag of vier door de Dogon willen wandelen, maar dat het afhangt van de prijs. De gids is erg vriendelijk en we hebben er allebei een goed gevoel bij, zeker ook omdat hij zelf in de Dogon woont. Helaas kunnen we het echter niet eens worden over de prijs en dus gaat hij weer terug naar zijn groep.
Daarna beginnen de anderen zich meteen met ons te bemoeien. Een man zegt dat hij 'de president van de gidsen' is dat we met hem mee kunnen naar het kantoor hier in Mopti, waar we een contact kunnen regelen. We beginnen erg te twijfelen en bedenken ons dat we misschien toch beter iets meer uit kunnen geven, maar dan wel een betrouwbare gids hebben. Als we vragen of de gids waar we mee onderhandeld hebben teruggeroepen kan worden, wordt er vertelt dat hij al weg is. Omdat we geen zin meer hebben en de tijd willen hebben om na te denken, spreken we af dat we vanavond om 17.00u elkaar zullen ontmoeten bij een hotel in Sevare.
Op het moment dat we het gebouwtje uit gaan en de hoek om lopen, is de eerste persoon die we zien de gids! We spreken hem meteen aan en het blijkt dat hij niets met de anderen en de organisatie te maken heeft. We komen een prijs overeen en spreken af dat we hem dinsdagochtend tussen 6.00 en 8.00u oppikken bij het vliegveld van Sevare. Dit is een prima afspraak, want we hoeven nog geen aanbetaling te doen of een contract te tekenen. Als wij er om 8.00u nog niet zijn, dan gaat hij weg en mocht hij er om de een of andere reden niet zijn, dan kunnen wij altijd nog op zoek naar die andere gids waar we de naam van hebben.
Als we terug willen lopen richting de auto, staan de twee jongens alweer bij ons. Ze proberen weer om een piroquetocht te verkopen en ook zeggen ze dat we echt problemen krijgen omdat we niet naar de politie zijn gegaan. Hij 'dreigt' dat hij zelf naar de politie zal gaan om te vertellen dat we ons niet willen laten registreren en ook probeert hij ons bang te maken met het feit dat de auto niet veilig staat voor bandieten. We merken zelf dat we al veel geleerd hebben en trekken ons er weinig van aan. Uiteindelijk dringt het dan echt tot ze door dat we niets met ze te maken willen hebben en lopen ze kwaad weg.
We rijden met de auto door het oude stadsgedeelte Mopti uit en hebben allebei een rotgevoel aan de stad overgehouden. Het is maar goed dat we dit niet iedere dag treffen, want dan zouden we het geen jaar volhouden!!!
Over een dijkje rijden we door een landschap, waarbij we aan weerszijden tot aan de verre horizon kunnen kijken. We komen wat kleine bruggetjes op onze weg tegen, waar we maar net overheen kunnen met onze auto. Een stukje van het pad af vinden we op een vlakte tussen de grazende koeien en ezels een mooi plaatsje. We gaan snel onze warme middagmaaltijd klaarmaken want het is al 14.00u geweest. Daarna rusten we lekker uit in de auto en laten de perikelen van vandaag nog eens de revu passeren.
Als het donker begint te worden, komt het insektenleven helaas flink op gang. Ondanks de Deet (anti-muggenmiddel) die we gesprayd hebben , trekken de muggen zich er niet veel van aan en steken ons gewoon door de kleding heen. We worden er niet vrolijk van en dus gaan we maar vroeg de auto in, waar we onder de klamboe de digitale fotootjes op de laptop gaan bekijken.
Dag 72, maandag 1 april 2002

In tegenstelling tot wat bij ons normaal is (tenminste in Nederland) zijn we nu echt vroeg wakker, al om 06.30u!! We maken meteen gebruik van de heerlijke ochtendtemperatuur. Ik, Morten, ga rustig wat aan de laptop werken en Sas doet een kleine was. Hoewel het nog steeds vroeg is, wordt het al snel warm. We maken nu goed gebruik van onze luifel, maar moeten toch nog een gedeelte extra afschermen tegen de zon met een doek dat we nog over hebben.
Net voor de middag wisselen we elkaar af en gaat Sas achter de computer zitten. Het lijkt wel alsof we nummertjes moeten trekken om achter de laptop te werken, maar dat heeft ook wel zijn reden. De omvormer (apparaat dat voor 220V kan zorgen) die we hebben blijkt toch niet zo goed tegen de temperatuur te kunnen. Meestal kunnen we 's-avonds laat, 's-nachts (en dat doen we dus niet want de omvormer maakt ook nog eens veel lawaai), en 's-ochtends de omvormer gebruiken om de laptop op te laden. Als 's-middags dus de accu leeg is, dan is het wachten geblazen tot 's-avonds, niet echt handig en je kunt je voorstellen dat we dus ook niet tevreden zijn over die omvormer.
Ondanks dat het hier een enorm rustig plaatsje is, komen er natuurlijk af en toe wat mensen langs. Het is echter fijn om te merken dat de mensen hier niet een half uur tot een uur naar ons staan te staren. Twee jongens die al eerder een paar keer langs gelopen zijn, komen nu toch even kijken. Ze spreken alleen Fula (en misschien Bambara, maar dat verschil horen wij niet) en dus gaat communiceren wat moeizaam. Wel doet de duimdrop die we nog hebben het goed en zo staan ze al smakkend te kijken hoe wij een digitale foto van hun op het scherm van de laptop 'toveren'.
Als we met koken gaan beginnen zeggen ze vriendelijk gedag en gaan ze weer hun kudde achterna.
Na het eten breken we ons 'kamp' op en rijden we naar S?var?. Hier vinden we zonder veel problemen de G.A.E. Walli organisatie. We hebben hiervan in Bamako het adres gehad van Kevin omdat hij dacht dat dit misschien wel voor ons interessant zou kunnen zijn.
Een vriendelijke afrikaanse man die voor de organisatie werkt, Adama, weet ons eraan te herinneren dat het pasen is en dat hier dus verder niemand aanwezig is. We kletsen nog wat, goed om ons frans weer wat beter onder de knie te krijgen, en rijden daarna weer aan. Misschien dat we na ons bezoek aan de Dogon nog een kijkje gaan nemen bij het project.
Aan de andere kant van S?var? willen we naar een plaatsje voor de nacht zoeken, maar eerst moeten we onze watertank nog vullen. Als we langs de kant van de weg een kraan zien (deze staan vaker in de steden) stoppen we om te kijken of deze ook werkt. Een man weet ons te gebaren dat die kraan niet werkt, maar dat er een kraan aan de andere kant van de schutting staat die we mogen gebruiken. Hij blijkt de bewaker van het gebouw te zijn, en, zoals vaker in Afrika, staat hij erop dat hij zelf de jerrycan voor ons sjouwt en onze tank vult. Nadat we weer een volle tank hebben, delen we met de man nog enkele dadels die we gisteren gekocht hebben en rijden we verder richting het noorden.
Het duurt niet lang voordat we weer een plaatsje vinden, niet al te bijzonder, maar het is toch maar voor 1 nachtje. We worden weer verwelkomt door groepen koeien die op weg zijn naar hun eigen slaapplaats en dat maakt het toch wel weer een levendige omgeving.